mireille4m’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Dagboek -Costa Rica 2010.

Costa Rica 1/01/2010 tot 15/01/2010
(dagboek)

31/12/2009 – 17h
De pakjes zijn al uitgewisseld.
We zitten met zijn tweetjes aan tafel, maken een fles champagne soldaat en genieten van wat oestertjes.
Om 18h volgt het pièce de résistance, waarna we ons naar de keuken haasten om de afwas te doen.
Om 20h stipt raakt mijn hoofd het hoofdkussen.
De wekker staat op 3h 15.
Ik wist niet eens dat er een cijfer 3 op die wijzerplaat stond, maar zo zie je maar weer.
Elke reis brengt nieuwe ontdekkingen en dit is alvast de eerste.

1/01/2010
Verbazend fris beginnen we aan het eerste deel van ons traject: met de auto naar Zaventem.
We worden gelukkig niet van de weg gereden door lallende nieuwjaarsvierders en parkeren veilig en wel op parking P3, 4e verdieping (vlinders), wat we binnen twee weken naar aloude gewoonte alweer vergeten zullen zijn.
Maar dan staat het in ieder geval hier al geboekstaafd.
Ooit wisten we nog wel op welke verdieping we moesten zoeken, maar doorkruisten het verkeerde parkeergebouw.
De vlucht vertrekt om 7h 10 en gaat via Cancun naar de luchthaven Liberia in Costa Rica.

De man in de zetel vóór mij walmt alcohol en de confetti zit nog in zijn haar.
Nu en dan dwarrelt er een gekleurd rondje op het boek dat ik aan het lezen ben.
Als aperitief krijgen we champagne!
Confetti én bubbels! Happy new year!

Ik slaag er in de tijd te verschalken met drie films, één Simpson aflevering, een volledig boek, een tijdschrift en wat cryptogrammen en eten natuurlijk.
Bij vrolijke regelmaat verschijnt er iets op ons neerklaptafeltje.
Maar naar buiten kijken zit er niet in.
Ik zit aan de buitenkant, maar heb géén venster en mijn dure comfortklas-zetel kan niet achteruit. Daar heb ik wel een beetje de pest in.
Ik zie pas daglicht als we na wat rondcirkelen in Cancun landen en in transit moeten.
Daar had ik niet op gerekend: voet aan Mexicaanse bodem!
Zou het iets uitmaken tegen de fel gehypte griep als ik héél oppervlakkig adem?

We mogen terug aan boord, maar lopen nog wat extra vertraging op omdat er een passagier terug uit het vliegtuig moet: ziek!
(ik wil het nu even niet weten)
Haar bagage moet terug uit het ruim gehaald worden en dat gaat zo onverwacht snel dat de helft van de passagiers applaudisseert, wat ik persoonlijk een beetje respectloos vind naar die arme dame toe.

Met een stevige bonk staan we eindelijk op Costa Ricaanse bodem.
Een oude droom wordt werkelijkheid!
Het is 16h.
Ik verbaas me er over dat de wisselkantoren dicht zijn en besef dan: het is nog steeds 1 januari!
Er is één piepende bagage-belt, die gelukkig allebei onze valiezen prompt aanlevert.
De busrit verloopt prima.
Drie kwartier om eerste indrukken op te doen.
Ik zie géén feestlichtjes en weinig huizen.
De weinige Tico’s die ik zie, zitten te luieren in een schommelstoel op hun veranda.
(de inwoners van Costa Rica gebruiken vaak verkleinwoorden en die vormen ze door –tico achter het woord te voegen en daar hebben ze hun bijnaam aan te danken)
Het laatste stuk van de weg is nu nog iets dat die naam nog moet verdienen.
Voorrang geldt voor de meest onbesuisde en in ons geval zijn dat mooie bruine uit India geïmporteerde brahma-koeien, die ongegeneerd onze bus ophouden.
Toeteren màg (de koeien komen wel uit India, maar zijn hier niet heilig) en het helpt ook.

Het Riu Guanacaste doemt op.
Het is een groot wit hotel dat in een prachtige baai, aan een ongerept zwart lavastrand werd gebouwd.


We krijgen om de pols het all-in luxe brandmerk onder de vorm van een niet verwijderbaar plastic armbandje en zwermen uit.
We zijn nu bijna 24 uur wakker, maar nieuwsgierigheid houdt ons op de been.

Het hotel ontvouwt zich bijna als een oude bekende.
Wij zijn fans van de Iberostar-keten van Neckermann , maar in dit Riu hotel van Jetair vinden we ook bijna blindelings de weg.
Grappig! Het steakhouse-restaurant ligt precies waar we het verwacht hadden.

Maar het buffetrestaurant heeft dan weer een extra bonus.
Je kunt hier ook buiten eten.
Maar eerst nemen we nog een aperitiefje in de bar.
Ik ga voor de cocktail: pura vida, wat zoveel wil zeggen als: pluk de dag, geniet er van.
De Costa Ricanen begroeten elkaar op deze manier.
Het drankje oogt heel mooi, maar het smaakt vreselijk.
Het buffet daarentegen is geweldig, verzorgd, uitgebreid en lekker.
We toasten met een glaasje wijn nog maar eens op het nieuwe jaar dat intussen thuis al één dag oud is.

2/01/2010
Om 6 uur sta ik klaarwakker op het strand en het lijkt wel of ik verwacht word.
Hier is het! Ik word gewenkt.
Hier is wat? Vraag ik me af.
In een witte plastic bak krioelen een paar kleine schildpadjes door elkaar.
De oogst van deze nacht vertelt men mij.
Op het strand van het hotel komen zeeschildpadden hun eieren leggen.
De nesten worden gemerkt met paarse houten stokken.
De jonkies komen uit het ei zo’n 45 dagen later en krabbelen dan onmiddellijk naar zee.
Tenminste dat proberen ze, want er zijn héél veel predators die zich voeden met deze baby’s en op dit strand komen er ook de toeristen nog bij die hen kunnen vertrappelen bij hun avondwandeling.
Dus men vangt ze op, stopt ze in een bak en laat ze pas vrij wanneer het licht wordt zodat men ze kan beschermen.
De nachtwaker, wiens dienst er nu opzit vertelt er over met passie en liefde.
Voor hij vertrekt zet hij de baby’s in het zand en wat nu volgt is een ontroerende race.
Sommigen gaan in turbospeed, anderen zijn moe omdat ze al de hele nacht tegen het plastic hebben gekrabbeld.
Ik vraag waarom ze niet gewoon in zee worden gedropt en krijg een tweeledig antwoord.
Ten eerste hebben de vrouwtjes het nodig om zich dit strand goed in te prenten, want ze zullen hier immers zelf als grote zee-kolos terugkomen om hun eieren te leggen en ten tweede hebben ze ook deze fysieke oefening nodig.
Iemand vergelijkt het met een vlinder die moeite moet doen om uit het cocon te breken.
Het is een kwestie van de spieren te trainen om te kunnen vliegen of in het geval van de schildpadjes om de branding te kunnen doorzwemmen.
Maar ze hebben toch al de hele nacht in die bak liggen krabbelen?
Enfin, ik vertrouw op de expertise van de nachtwaker, maar help wel mee om een klein beetje bij te sturen wanneer er verwoed in de verkeerde richting wordt gesparteld (wat overigens heel zelden gebeurt).
Met een tevreden glimlach over mijn gezicht gesmeerd ga ik mijn echtgenoot wekken.

We gaan wandelen langs het zwarte strand dat een mooi kleurenpalet vormt met de groene beboste heuvels en met de donkere stille oceaan met zijn witte schuimkoppen.
Maar blijkbaar heb ik de zonnebrandcrème-smeer-routine nog niet helemaal te pakken, want ik ben mijn gezicht vergeten.
Verbrand! Om 8 uur ’s morgens!
Ik besluit om nergens meer heen te gaan zonder hoed en raak het ding al meteen kwijt bij de informatie-bijeenkomst.
Wil de eerlijke vinder a.u.b. NU opstaan?
Gelukkig heb ik ook nog een pet mee.

Het contrast in temperatuur is groot!
Het vroor in België en hier is het 34°C in de schaduw.
De airco in onze kamer staat op 25°C en het voelt er fris aan.
Mijn voeten doen pijn, want ze moeten nog wennen aan flip flops en ze zien er ziekelijk wit uit.
Maar toch zijn we voornamelijk op zoek naar schaduw.
Op het strand staan gelukkig een paar bomen en we schuiven van plekje naar plekje.

De stille oceaan is redelijk woest, maar als je het niet erg vindt dat het bovenstukje van je bikini regelmatig eens tegen je kin slaat of dat je als een stuk wrakhout op het strand wordt gerold, dan kun je er in zwemmen.
Er schuiven pelikanen en fregatvogels over onze hoofden en het leven is puur.

3/01/2010
Wij houden er allebei van om in alle vroegte, nog voor het ontbijt een zeebad te nemen, maar de oceaan is nu nóg woester en dus kiezen we wijselijk voor het grote landschapszwembad.
Zalig! We zijn er helemaal alleen en de stofzuigende pool boys protesteren niet, ook al is het officieel nog niet toegelaten te zwemmen.
Ik schenk ze mijn breedste glimlach en mijn welgemeendste “pura vida” en zwem héél voorzichtig om het stof op de bodem niet te laten omhoog dwarrelen.
We genieten van een dubbel en dik verdiend ontbijt en dan halen we de factor 50plus boven om ons te beschermen op onze wandeling.
We lopen tot aan het einde van het lavastrand, klimmen over de rotsen en belanden in een volgende baai met zand dat er van ver redelijk wit uitziet.
Het natte zand, waar het door de zee wordt gepolijst vertoont een wit en zwart marmerpatroon. Heel mooi.
Er ligt veel koraal op het strand en mooie vlinders dwarrelen uit het woud.
Heremietkreeftjes racen in bont assortiment van minutieus geselecteerde schelp/huisjes voor je voeten.
We zien kleine wenkkrabben, die ons natuurlijk niet dichtbij, maar liefst zo ver mogelijk willen.
En dan wagen we ons langs een breed pad landinwaarts.
En ik vraag me af of dat wel zo’n goed idee is, stilletjes vermoedend dat al die giftige slangen, schorpioenen en spinnen waar mijn reisgids zo rijkelijk over uitweidde ons massaal liggen op te wachten.
Zelfs lokale mensen manen ons tot voorzichtigheid.
En wij hebben enkel wandelsandalen aan onze voeten.
Maar het pad is goed hard aangestampt en ik zie géén slangen, gedrapeerd over de overhangende takken.

Ik ga in positie staan om een foto te nemen van een wel zéér decoratieve maar dodelijke wurgplant die bezit heeft genomen van een kolossale boom en die deze nu volledig heeft ingekapseld zodat het lijkt alsof je naar een druipsteenmuur van wortels staat te kijken.
En terwijl ik dat doe krijg ik ineens 2 zwarte brulapen in zicht.
Zij hadden mij uiteraard al veel langer gezien.
Even later zie ik nog een kolibrie en plopt er een grote hagedis vlakbij ons in de dorre bladeren.
En als pièce de résistance zien we nog een méér brulapen, een hele familie.
De pater familias brult niet, maar laat ons met kleine kreetjes weten dat HIJ de baas is en onderstreept dat door zijn perzikkleurige testikels losjes en heel zichtbaar te draperen over de tak waar hij op zit.

Op de terugweg wacht ons een kleine desillusie.
Ons Riu hotel staat nu nog helemaal alleen in het midden van deze prachtige natuur, maar men is al druk bezig met de voorbereiding van de constructie van de Riu 2, die er vlak naast moet komen.
En dat houdt onder andere in, dat men de mooie lagune, die wij van op ons balkon zien, aan het droogleggen is.
Waarschijnlijk om plaats te maken voor strandstoelen.
De foto’s die wij gisteren maakten zullen halverwege de vakantie al een nostalgische herinnering zijn.
De jongen die de pomp bedient vindt het zelf ook jammer.
En de masseur die op het strand zijn handeltje uitbaat zegt dat de volle maan boven de lagune zo’n prachtig zicht is.
En dat beaam ik, want het is nu volle maan en ik heb dus gisteravond nog net het geluk gehad dit te mogen aanschouwen.
Maar nu is de lagune dus bijna droog.

3/01/2010 (’s avonds)
De stille oceaan heeft het zaakje eventjes mooi opgelost.
Een paar fikse surfgolven en mijn geliefkoosde lagune is weer gevuld!
Ik geniet er nog even dubbel en dik van bij de ondergaande zon.
Ik hoop dat de vegetatie rondom de lagune tenminste mag blijven.
De grote guanacasteboom zal misschien een natuurlijke parasol vormen voor de strandstoelen van Riu 2.

Even contact opnemen met het thuisfront.
Gsm ontvangst is er hier niet en de pc’s in de sportbar zijn meestal buiten gebruik.
Aan de receptie wil men ons een laptop verhuren tegen 5 dollar voor een half uurtje.
Tijd zat om mijn dochter uitgebreid te mailen en vervolgens mijn post door te nemen…denk ik.
Het @ teken voor mijn mailadres is echter niet te vormen.
Geen enkel shift/alt/ctrl permutatie werkt.
Uiteindelijk leert men mij dat ik shift links en cijfer 2 tegelijk moet indrukken voor de @ en voor het vraagteken uit mijn paswoord moet ik shift rechts en de min knop ernaast indrukken.
How the f*** kan ik dat nu weten?
Ik schrijf mijn mailtje op het vermaledijde qwerty klavier, zonder interpunctie, verstuur een virtuele kaart naar alle vrienden en het lukt me nog net om binnen de tijd te blijven.

4/01/2010
Half zeven.
We dobberen alweer in het zwembad en we zijn alweer de twee enigen.
Gistermiddag stond men hier met frisbees en kokosnoten te gooien, hierbij luid aangemoedigd door cocktailslurpende fans aan de swim-up-bar, maar nu is alles stil.
We nemen eens te meer een fiks ontbijt met vers vruchtensap, vers fruit, knisperende broodjes en een omeletje, naar keuze en klaar terwijl je wacht.
Vandaag gaan we de heuvels in.
Het valt reuze mee dat de paden hier zo breed zijn, zodat we veilig kunnen wandelen.
We beklimmen een steile helling en worden beloond met een prachtig panorama.
Van op een uitstekende rots hebben we zicht op 2 baaien.
Het water ziet er van op deze hoogte méér groen uit, méér Caraibisch.
De vegetatie rondom ons is tropisch droog woud, maar als je niet in detail kijkt ziet het er eigenlijk een beetje mediterraan uit.
Maar in pakweg Griekenland zag ik nog nooit een boom waarvan zowel de stam als de takken volledig met doornen zijn bekleed.
Het is wel heel erg warm en de afdaling tussen de losliggende stenen is lastig en allebei hebben we even een kleine appelflauwte.
Onderweg voert een kolibrie speciaal voor ons even zijn kunstje op.
Volledig stil hangt hij in de lucht op 2 meter boven onze hoofden.
Zwarte gieren en kalkoengieren zeilen door de lucht, maar de meeste vogels houden zich schuil tussen het groen.
We hebben geluk dat een kleurrijke motmot, met een staart als een pendule eventjes voor wil poseren.

4/01/2010 (avond)
Het zag er uitnodigend uit: boogie-boarden.
Op je buik op een stukje schuimrubber een golf proberen berijden.
Tiens, wanneer ik het zo neerschrijf, ziet het er ineens een stuk minder uitnodigend uit.
Maar we wilden het evengoed toch uitproberen!
Het was leuk, soms, als je helemaal netjes het strand opgleed.
Het was een wirwar van armen en benen, veel snot en rode ogen, wanneer de golf jezelf en je plank overspoelde.
En vooral was het prettig vermoeiend.
Je krijgt niet elke dag de kans om weer eventjes zeven te zijn.

5/01/2010
We moeten vandaag vroeg uit de veren voor een excursie naar Rincón de la vieja, een vulkanisch natuurgebied.
We moeten om 7h 20 vertrekken, maar ik ben véél te vroeg wakker en ga dus nog even het strand inspecteren.
Géén schildpadjes deze morgen, wel een familie brulapen hoog in de bomen.
De excursie begint stipt en gaat via Liberia.
Het verkeerslicht dat hier staat is een unicum.
Je moet 250 km richting Nicaragua rijden of 250km in de richting van de hoofdstad (San José) om er nog eentje tegen te komen.
Het staat op rood wanneer wij er aankomen.

Onze gids vertelt ons doodleuk dat het fris zal worden vandaag en mogelijk zal regenen.
Que?
We zitten hier in short en T-shirt en waren ons van geen kwaad bewust.
Bij elke excursie hoort een check-list. “What to take”
Zonnebrandcrème was aangevinkt, een truitje of regenkleding daarentegen was maagdelijk blank gelaten.
We krijgen nu een stukje geografie en klimatologie mee.
Blijkbaar is het Caraïbische deel van dit land heel vochtig, het regent er bijna elke dag.
De streek waar we nu heenrijden ligt in een corridor tussen het vochtige Caraïbische deel en het droge Atlantische gedeelte.
Je hebt 50% kans op regen zegt de gids, maar hé, dit is Costa Rica! Niets van aantrekken: pura vida.
Na een fikse rit van een tweetal uurtjes over vaak niet-geasfalteerde wegen komen we aan in het natuurpark en worden overgebracht in een 6×6!
Het gevaarte in kwestie blijkt een Oostenrijks legervoertuig te zijn van 35 jaar oud.
Er is geen hindernis die dit ding niet kan nemen.

 

Het is koud en het regent en we moeten de plastic flappen aan de zijkant neerklappen, maar zodra het eventjes wat droger wordt, stappen we uit om de natuur te bewonderen en een klein wandelingetje te maken. Het is hier heel mooi.


Na de rit laten we onze 6×6 achter in een heel mooi ressort en maken vandaar uit een wandeling door het woud naar twee watervallen.
Het is nu zonnig en dat is wel fijn.
We worden constant op mogelijke gevaren gewezen:
giftige bessen, dodelijke wilde bananen, spinnen, slangen…maar blijven gelukkig ongedeerd.
De groep zet zich met een rotvaart in beweging omdat er een ADHD kleuter voorop loopt, die vervaarlijk met een stok zwaaiend alle slangen voor ons wegjaagt.
Ik vraag me af welke ouder nu hier zijn kind voorop laat lopen. Maar na een tijdje vermoed ik dat die slangen wel eens in het nadeel zouden kunnen zijn.
Op een hangbruggetje wil ik even een foto maken en hij komt naast me staan op en neer springen zodat ik bijna onderuit ga.
Ik zie een paar mooie vlinders, onder andere hele grote helblauwe.
En ineens landt een prachtige vogel met cirkels op zijn vleugels bovenop de waterval.
Mijn camera klikt, maar ik vermoed dat ik net een foto heb genomen die ik de titel zal moeten geven: weggevlogen vogel of zoiets.

Bij de lunch drinken we braafjes, net als al de rest van de groep, water.
Op dit uur van de dag hebben we meestal een pre-aperitiefje en een aperitiefje op en een paar glazen wijn uit.
Het is tenslotte een all-in vakantie en de riem gaat er thuis wel weer op.
Het volgende programma-punt is een bezoek aan de hot springs:
Een vulkanisch kuuroord, midden in de prachtige natuur.
Eerst nemen we een sauna in een hut die boven een geiser is gebouwd.
De temperatuur is hier uiteraard niet constant. Het lijkt best te doen en dan ineens maakt een stoom-stoot de plankenvloer wel héél erg heet.
Ik vind het zalig en heel ontspannend.
Vervolgens smeren we ons in met warme vulkanische modder en we zien er uit als twee Aboriginals met Halloween.
We laten de modder opdrogen, spoelen alles er weer af en dan mogen we de warme baden in.


We gaan voor bad nummer 2. Het eerste voelt niet echt warm aan en het derde is 67°C.
Vóór we vertrekken wil ik toch nog eventjes de sauna in.
Echt een heel bijzonder gevoel!

Vanavond gaan we eten in één van de specialiteitenrestaurants van onze Riu.
We hebben gekozen voor Japans/Aziatisch, een vlag die wel een heel brede lading kan dekken.
Ik vind het lekker.
Maar eigenlijk eet ik het liefst in het buffetrestaurant, want daar kun je buiten eten en je kunt er ook beter doseren.
Ik probeer kleine porties te nemen en ik weet nog steeds niet waar de desserttafel staat. (En ik wil het ook niet weten)

Het is avond, we wandelen over het pad naar zee en mijn oog valt op een krabbelend schildpadje in de bloemborder.
Ik breng het naar het strand, naar die lieve nachtwaker en hij vertelt me dat die beestjes geheel gedesoriënteerd zijn door de lichten van het hotel. Ze verwarren ze met het licht van de maan.
Gevolg: in plaats van naar zee te kruipen gaan ze recht op het hotel af.
Een groepje toeristen helpt deze avond om ze als paaseieren uit de tuin te rapen.
En dan gaan ze een plastic bak in om te wachten op het eerste ochtendgloren.

Intussen zijn er ook twee mama’s gearriveerd.
Eentje kiest haar plaats tussen de strandstoelen, vermorzelt een paar pas aangeplante palmstuikjes en begin een put te graven.
Maar het zand is hier heel hard en misschien zijn er ook wel een beetje te veel toeristen in de buurt, want na een half uur houdt ze het voor bekeken.
Ik sleur nog vlug een aantal strandstoelen, die zich in haar baan bevinden uit de weg en het fascinerende mooie dier verdwijnt in zee.
Hopelijk morgen beter.
De tweede schildpad, echt een kanjer van een beest, kruipt, compleet gedesoriënteerd een betonnen wegje op.
Een paar stoere mannen, waaronder mijn echtgenoot, tillen haar op en zetten ze in het zachte zand.
Maar ook hier mag het niet baten. Ook dit dier kruipt onverrichterzake terug naar zee.
De nachtwaker is boos.
Het hotelmanagement trekt zich niets aan van de schildpadden, zegt hij.
Er is te veel wit licht! De moeders leggen geen eieren, de kleintjes kruipen de verkeerde kant op. Rood licht zou al beter zijn, want dat verwarren deze beesten niet met maanlicht.
Ik beloof dat ik het zal doorgeven en er op aandringen.
Misschien hebben toeristen iets méér invloed in een land waar het toerisme het hoofdinkomen is.

6/01/2010
Vandaag opnieuw rendez-vous om 7h 20.
Deze keer gaan we naar het natuurgebied Palo Verde om er een tocht op de rivier te maken.
Onze gids spreekt perfect Engels, met een uitgesproken Amerikaans accent.
Dat hebben ze hier trouwens allemaal, ze imiteren het Amerikaanse slang op een extreme manier.
Ik zie het zo voor me: een klas vol met studenten “toerisme”, die allemaal samen scanderen:
Well, it’s like, you know…
De gids van vandaag weet heel veel over de natuur en houdt van vogels.
I like, well, you know, love him already.
Ik spreek Spaans met hem en krijg het zoveelste (ik had streepjes moeten zetten) compliment over mijn talenkennis én over mijn Spaans-Amerikaans accent.
Dat vind ik geweldig! In Spanje probeer ik een Andalusisch accent te imiteren en hier doe ik het helemaal anders.
Ik luister naar het ritme, laat de sissende “s”-en vallen en glimlach.
In Zuid- en Midden-Amerika lacht men veel meer, en dat hóór je gewoon in hun taal.

De gids vertelt ons dat in Guanacaste, tijdens de droge, hete periode, die piekt in april de bomen hun bladeren laten vallen.
Bij ons doen ze dat om zich te beschermen tegen de kou en hier tegen de hitte.
Tegelijk krijgen deze bomen een prikkel, die zegt: misschien ga je wel dood, dus, voortplanten nu!
Het gevolg is dat tijdens het droge seizoen alles weliswaar heel dor is, maar dat de kale bomen in alle kleuren van de regenboog bloeien.
Moet ook wel mooi zijn! Maar de temperaturen van 40°C en méér neem ik er liever niet bij.

We stoppen aan een plas met ooievaars, lepelaars en nog een hele boel andere watervogels.
Even later wijst de gids ons kalkoengieren en zwarte gieren aan en vertelt dat deze meestal samen jagen.
De ene soort heeft een opmerkelijk gehoor, de andere een heel goed zicht.
Ik ben al helemaal enthousiast en de excursie moet nog beginnen.

We stoppen bij een prachtige rivier en stappen over op een bootje.
Hierbij worden we herhaaldelijk tot voorzichtigheid gemaand, want de concentratie krokodillen in deze rivier is bijzonder hoog en in het water duikelen is dan ook géén optie.
Op onze tocht zien we slechts enkele van deze kolossen, die liggen te zonnen en ik bedenk dat al de rest zich dus ónder water bevindt en mogelijk onder onze boot.
Op het strandje waar de kroko’s liggen te zonnen, stikt het van de steltlopertjes.
De krokodillen doen hen niets in ruil voor een dienstverlening.
Deze vogels pikken namelijk hun tanden schoon. Ze halen er netjes alle voedselresten van tussen.
De prehistorische reuzen sperren de kaken open en de vogels gaan aan het werk.
Ik vraag me luidop af wat die allereerste vogel moet hebben bezield, en alle passagiers lachen.

We zien verder nog verschillende reigersoorten, zwaluwen, mini vleermuizen, prachtige zwarte en groene leguanen (waarvan de mannetjes in bronsttijd heel mooi oranje worden), brulapen, kapucijnaapjes en een nest killer-bees, waar we heel stilletjes naartoe varen om ze te niet te verstoren.
Ik jongleer continu met bril, verrekijker en camera en ben zo opgewonden als een kind op de kermis.


Ons reukvermogen wordt getest.
De gids laat ons wilde kaneel ruiken en wilde look.
Bij het eerste had ik iets van: ik ken het, maar wat is het, maar bij het tweede zat ik onmiddellijk juist.
Wanneer we op de terugweg nog even halt houden in een oude hacienda ontdek ik nog een paar leguanen tussen de afgevallen bladeren.
Daarnet koste het moeite ze tussen de struiken te spotten, hier trap ik er bijna op ééntje terwijl ik een andere sta te fotograferen.
Een geweldig mooi mannetje, met een dreigende oranje kwab onder zijn kin, zal vast één van mijn top-foto’s worden.


Tevreden rijden we naar huis langs suikerriet-plantages, waarin gevaarlijke slangen zich verschuilen.
De gids vertelt dat je vaak ’s avonds grote vuren ziet omdat deze plantages in brand worden gestoken.
Dat jaagt de slangen weg en verwijdert de onderste mes-scherpe bladeren.
De rest van de plant brandt niet op omdat ze zoveel vocht bevat.
Er is wel veel ecologische kritiek op deze manier van oogsten omdat er zoveel CO2 in de lucht wordt geblazen, maar heeft iemand een beter alternatief om de arbeiders te beschermen?
We zien ook papaya-plantages en meloenplantages en vernemen dat de landbouw-oogst in Costa Rica grotendeels door Nicaraguaanse gastarbeiders gebeurt.
Als je de grens over wil kan het ùren duren, en je wordt zowel bij het gaan als bij het komen “ontsmet” met een giftig dampje, maar dat belet deze mensen niet om hun heil te zoeken in hun buurland dat relatief véél beter betaalt.
Hij toont ons ook twee stukjes landbouwvernuft.
We zien een akker, volledig vol met voor ons onbekend groen en we moeten raden wàt hier gekweekt wordt.
Niets, blijkt het. Dit “onkruid”gewas wordt ingezaaid omdat ander onkruid er dan niet kan komen en zelf is het héél makkelijk te verwijderen.
Hij toont ons ook hoe zuinig er wordt omgesprongen met meststoffen.
Over de landbouwgewassen worden plastic kapjes geplaatst, die met meststoffen zijn geïmpregneerd.
Door de hitte vormen zich waterdruppels die deze stoffen netjes naar de planten geleiden.
Géén verlies van kostbare meststoffen, die bij het sproeien door de wind worden weggeblazen.

De hemel staat hier écht vol sterren.
We zijn weer thuis en na een overdadige maaltijd liggen we in een strandstoel naar het zwerk te kijken.
Bij gebrek aan kennis verzin ik zelf namen voor de sterrenbeelden.

7/01/2010
Om half zeven dobberen we alweer in het zwembad en om half negen zijn we alweer op pad, gewapend met foto- en filmcamera.
We vinden makkelijk een familie brulapen omdat we ze van ver hoorden roepen en zien tot onze verbazing ook hier de zeldzamere kapucijnaapjes.
We zien snelle salamanders, veel rustigere kleine leguanen, een leuke fotogenieke eekhoorn, een rossig geel-groenige specht, de alomtegenwoordige rood-hoofdparkietene,

een geel-zwarte trogon, een wit-hoofd parkiet…

Ik schrijf een brief in mijn beste Spaans aan de manager van het hotel en praat met de assistent-manager om aandacht te vragen voor de schildpadjes. Lichten doven, en mensen informeren!!!
Ik heb het gecheckt: bijna niemand wist dat die paars geschilderde houten palen op het strand schilpadden-nesten markeerden, dus worden ze regelmatig verwijderd als ze “in de weg” van een strandstoel staan.
Mijn bekommernis wordt geapprecieerd, zegt hij mij en hij verzekert mij dat het welzijn van deze dieren hoog op de prioriteitenlijst van het hotel staat.
Ik week een belofte los, dat al tenminste het licht in het sportgebouwtje op het strand ’s nachts zal worden uitgedaan, want dat heeft absoluut geen enkel doel.
En de lantaarns dichtbij zee, daar gaat men iets aan doen, zodat het licht enkel nog in de richting van het hotel straalt en niet meer te zien is van op het strand.
Ik hoop dat ze woord houden.

Het boogie-boarden gaat intussen alsmaar beter.
Ik heb, denk ik, door hoe het moet.
Je moet zo’n beetje met de golf mee springen in plaats van op je buik het zaakje te liggen afwachten, want dan riskeer je dat de golf gewoon over je heen spoelt.
Ik heb deze keer echt zalig “gereden” , echt pure fun!

Het Toscaanse restaurant waar we deze avond eten, is veruit het beste van de drie specialiteitenrestaurants!
Eerder probeerden we ook al het steakhouse, en daar kreeg ik onder het mom van “barbecue” een verkoolde lap vlees op mijn bord en het voorgerecht stelde ook al niets voor.
Maar hier zijn de antipasti heel lekker en het rundsvlees in massala-wijn is om duimen en vingers af te likken.

En nu: E.T. Phone home?
Neen, want alle PC’s zijn bezet.
Geen nieuws is goed nieuws had ik mijn dochter bij het vertrek verzekerd, maar ik had toch graag even in mijn mailbox gedoken!

We wandelen nog even naar het strand en ik stel glunderend vast dat in het sportgebouw géén licht meer brandt.
Kleine overwinning.
Mijn geliefkoosde nachtwaker is héél blij met mij en ik straal een heel klein beetje onder de sterren.

8/01/2010
Een half kilometertje baantjes trekken verdient eens te meer een stevig ontbijt.
Het is even slikken wanneer ik vaststel dat de kok in zijn croq’s om 7 uur ’s ochtends al tabasco verwerkt, maar we gaan niet flauw doen en happen ons er door.

Tijd om souvenirtjes in te slaan.
We nemen een pendelbus naar Playa del Coco, een klein stadje, met een paar restaurantjes en enkele winkeltjes. De “bewoonde wereld”.
De souvenirs stellen niet veel voor en de authenticiteit is ver te zoeken.
We stoten op Boeddhabeeldjes, Mexicaanse maskers, hagedissen in Aboriginal stipjes en textiel uit Thailand of China.
De dingen die uit Costa Rica zelf komen zijn duur.
Maar vele verre reizen hebben ons de techniek van het onderhandelen bijgebracht en dus halveren we de geafficheerde prijs.
De verkoopster schudt mistroostig het hoofd.
We bieden voor 5 houten theelichtjes af van 46 naar 30 dollar, de manager wordt erbij gehaald, maar dat maakt heel vaak deel uit van het spel, dus we zijn er gerust in. Maar hier laat men ons ijskoud vertrekken: no sale.
We lopen even een lokale supermarkt binnen om de prijzen te bekijken en stellen vast dat een lokale rum hier 25 dollar kost. Dat is wel héél veel.
In plaats van dure, niet utilitaire souvenirs kopen we dan maar koffie voor het thuisfront.
Komt altijd van pas en neemt géén plaats in op het dressoir.
Maar even later kan ik toch niet weerstaan aan enkele kleurrijke houten armbandjes voor onze dochters (en voor mezelf).

Op het strand van Playa del coco zijn tientallen pelikanen, fregatvogels, meeuwen en visdiefjes verzameld.
Het is een fraai schouwspel.


De pelikanen duiken loodrecht het water in en de meeuwen duiken mee om hen de gevangen vis afhandig te proberen maken.
Een school vissen wentelt zich. Er lijkt wel een geiser op te borrelen.
En toch blijken de mannen die er met primitieve hengels middenin staan, géén vis te kunnen ophalen.

Het strand hier stelt overigens niet al te veel voor en het stadje trouwens ook niet, maar het is een klein beetje couleur locale, je moet het eens gezien hebben.

De namiddag brengen we door op “ons” strand.
Maar het boogie-boarden gaat deze keer niet door.
Het water is aan het aftrekken en ik geraak niet voorbij de scherpe stenen die net in de branding liggen.
Het is pijnlijk wanneer je onderuit gaat door een hevige golf.

Jos laat op zijn beurt zijn zonnehoed ergens liggen, maar een eerlijke standventer brengt hem ons achterna.
Ik koop van hem een (best wel mooi) keramieken potje tegen een té hoge prijs, maar zeg erbij dat ik dit doe om hem voor zijn eerlijkheid te bedanken.

Ik wil nog even zwemmen en verkas dus maar naar het zwembad, waar een luidruchtige conga rondhost, bestaande uit 6 leden van het animatieteam en 2 toeristen begeleid door een aanmoedigende Oe! Oe! de balstkreet van de zwembar-populatie.
Ik vind het vreselijk, zwem zo snel mogelijk mijn lengtes en vlucht.
Het hotel voorziet nergens in een chill-out plekje voor rustzoekers.
Het zwembad is een alcoholisch ambiance monument en als je op het strand in de schaduw wilt zitten kun je kiezen voor de doffe bons van een volleybal of de harde tik van de petanqueballen.
Het alternatief is een eind verderop in de zon te gaan zitten, maar dat is in deze temperaturen voor mij geen optie.
Nochtans slepen de hotelgasten, die het randdecor van het zwembad uitmaken hun zetels steevast IN en niet UIT de zon.
Hier staat geen zuchtje wind en voel je de volle warmte van de zon, maar ze laten hun blote lijven onbekommerd knisperen en bruin, maar vooral rood bakken.
Ik vind het ook wel eens zalig om na een fikse wandeling even aan de zwem-bar te hangen dobberen met de zon op mijn schouders en een piña colada in de hand, maar méér dan 20 minuten hou ik dat echt niet vol.

9/01/2010
We krijgen het maar niet door, hoe het nu precies zit met de getijden.
Omdat de zee de ene keer zo veel woester is en zoveel verder komt dan de andere weten we niet of het nu eb of vloed is en of het water nu opkomt of aftrekt.
De wandeling naar het mooie witte strand is sinds die eerste keer nooit meer gelukt.
Wanneer we aan de rotsen komen zijn deze toevallig elke keer volledig overspoeld.

Ik lig op mij boogie-board te dobberen wachtend op een schuimkoppende golf, die er maar niet blijkt te komen.
Een Amerikaanse man knoopt een gesprekje met me aan en we wachten samen.
Ineens zien we dat de life guard gespannen met een verrekijker naar de horizon zit te turen.
Er staan een aantal mensen om hem heen en iedereen is geagiteerd aan het praten.
Jos komt naar zee gelopen en maant mij met heftige bewegingen het water uit.
Mijn nieuwe vriend en ik kijken elkaar aan en we lezen in elkaars ogen “haaien.
We kunnen niet snel genoeg terug op het strand zijn.
Het blijkt om een walvis te gaan.
Tegen de horizon zie ik zijn opspuitende waterfontein en Jos heeft zelfs zijn kolossale staart op het water zien zwiepen.
Fascinerend.

10/01/2010
De schildpaddenoogst was groot vorige nacht.
70 stuks uit één nest.
En dus staan we vroeg op, want om 6 uur worden ze uitgezet.
En ik mag helpen!
Eén voor één pik ik de kleine krawietels uit de bak en zet ze op het zand.
Sommigen vertrekken ook nu weer direct in turbospeed en anderen blijven een beetje achter.
Met een paar toeristen houden we ze in het oog.
Ze krabbelen de branding in, worden holderdebolder poten/schild/poten/schild meegevoerd en dan zie je hun kleine kopjes bovenop de golven dobberen.
Het allerlaatste schildpadje valt er bijna bij in slaap en ik mag het tot vlak tegen de golven brengen. Ik heb er niet zo’n goed oog in, maar hou mijn vingers gekruist.

Alle kritiek op het overtollige licht van het hotel ten spijt.
Dit nest is VOLLEDIG tot in zee geraakt.
Ik heb ergens gelezen dat er soms maar 5% de golven haalt.
Ze zijn heel zichtbaar, volledig zonder verweer en dus een makkelijke prooi op hun tocht naar zee en ondanks het feit dat dit verboden is roven mensen ook nog steeds de eieren.

We hebben geen van beiden zin om te zwemmen, ik wil niet zo ver gaan te zeggen dat het fris is, het zal nog wel zo’n 25°C zijn, maar de zon zit nog achter de wolken, dus stellen we het uit tot later.

11/01/2010
Happy birthday to me! Happy birthday to me! Happy birthday to me-hee! Happy birthday to me!
Ik denk niet dat ik al ooit zo vroeg op de dag een verjaardagscadeautje heb opengemaakt.
Maar het zit in een klein doosje en zoals iedereen weet zijn dàt de leukste cadeautjes.
We vertrekken vandaag om 7h 20 op een tweedaagse excursie.
De eerste dag gaan we richting Arenal-vulkaan en de tweede dag gaan we naar het regenwoud van Monteverde.
Na zo’n 120 km, bij de eerste pitstop weten we al waar we aan begonnen zijn.
We zijn intussen in een héél ander klimaat beland.
Het is koud en het regent. We bezoeken de toiletten, rushen door een dure (ook hier) souvenirshop en zijn blij dat we de bus weer op mogen.
Van achter glas zien we langzaam de vegetatie veranderen, het wordt alsmaar groener.

We komen bij het Arenalmeer en stellen vast dat dit net zo goed in Schotland had kunnen liggen.
Er hangt een grijze mysterieuze mist boven.
Misschien dat daarom de verbeelding van de lokale bevolking een beetje op hol is geslagen, want men spreekt ook hier over een prehistorisch zeemonster.
Weinig waarschijnlijk, dat wel, want het Arenal-meer is een stuwmeer dat in 1979 werd gevormd.
Met onze regenponcho’s aan, bibberend van de kou, maken we een boottocht en zien welgeteld 4 vogels door de plastic voorhangramen.
De Arenal, dé vulkaan van Costa Rica krijgen we niet te zien.


En laat dat nu precies het doel zijn van deze excursie.
Prachtige zicht op de vulkaan van op het meer! De foto’s lieten er geen twijfel over bestaan.
Van onze gids vernemen wij vandaag dat in een half jaar tijd, à rato van 2 excursies per week, hij het vurige geval van hieruit slechts twee keer heeft gezien.
We voelen ons een beetje bekocht.
Van de happy birthday vonk van deze ochtend is nu nog slechts een waakvlammetje over.

We lunchen in een zeer mooie lodge, maar het restaurant is aan 3 zijden open en de wind blaast er door.
Tijd om in mijn bagage te duiken en er een lange broek en dikke pull uit op te vissen.
Véél beter!
Ik schiet nog een paar foto’s van grote gifgroene parkieten in de tuin en van twee tamme papegaaien die elkaar een romantisch kusje geven.

 

Hierna gaan we naar de Baldi hotsprings, een complex van vulkanisch verwarmde hete baden her en der verspreid in een tropische tuin en in temperatuur variërend van 35°C tot 67°C.
In het warmste wordt uiteraard alleen een voorzichtig handje of voetje gestopt.
Het water moet hier dus niet worden op-gewarmd, maar af-gekoeld tot de juiste temperatuur.
Spannend! De keerzijde van de medaille is dat volgens vulkanologen deze baden op een onstabiele en gevaarlijke plek liggen.
Het is echt heel mooi, de baden liggen op een heuvel, opklimmend naar een kunstmatige waterval en overal om je heen staan prachtige planten.
De baden liggen trouwens aan de voet van de Arenal, en dat moet een spectaculair uitzicht geven maar dat kan ik pas later thuis op internet verifiëren, nu is er alleen een muur van grijs.

De stoom stijgt op uit de hete baden en onze verkleumde lichamen worden helemaal door en door week en warm. En ons humeur stijgt helemaal mee.
Ergens middenin het park staan een paar tobogans, waar ik niet aan kan weerstaan, al kies ik toch wel voor de minst enge van de drie.
Jammer genoeg is het nog steeds koud en regent het, en om van het ene naar het andere bad te gaan moeten we op onze blote voeten over stenen paadjes met geribbelde stenen en dat valt niet mee. Ik vervloek nog maar eens de excursie-checklist omdat “waterschoenen” niet was aangevinkt en die van ons dus “thuis” in Guanacaste staan.
Het pluspunt is, dat de beloning des te groter is wanneer je zalig in het hele water wegzakt.
Er is ook een swim-up bar, maar ik ga géén 10 dollar betalen voor een cocktail.

We komen aan in ons hotel in het pikkedonker, mogen even uitpakken en moeten dan alweer de bus in om ergens anders te gaan eten.
Alweer een restaurant dat aan drie zijden open is en, juist ja: koud.
Maar het is een leuk gezelschap en we genieten van de maaltijd.
Ik kies voor een gerecht met “vulkaan” in de naam en op mijn bord verschijnt een kegel rijst met groentjes en vlees. Uit de top ontspringen vuur-slingers wortel.
In de belofte dat er een goeie kans bestaat dat we ’s nachts van in ons hotel lava uit de naar men zegt o-zo actieve Arenal kunnen zien stromen, gelooft uiteraard intussen niemand meer.

In de bar van ons hotel, toast ik toch dapper nog een keertje oP mijn verjaardag met een pittige aguardiente.
Puur of als longdrink? Vraagt de ober en ik denk : het kan niet puur genoeg zijn!

12/01/2010
Nu zien we pas hoe mooi ons hotel is.
Prachtig gelegen, midden in het tropische groen, met zwembaden, een lagune, fonteinen én een eigen hangbrug om alvast even te oefenen voor straks.
Er is een wandelpad van 2 km dat naar een uitzichtpunt leidt van waar je bij helder weer de vulkaan in al zijn glorie kunt zien liggen.
Ik hoor van onze chauffeur dat enkele jaren terug hier een vrouw met een kind stonden toen er een giftige gaswolk uit de Arenal werd geblazen.
Ze konden op eigen kracht niet meer terug en de man die hen ging redden schoot er zelf het leven bij in, omdat hij teveel van die giftige dampen had ingeademd.
Mijn geloof in en respect voor de Arenal neemt ineens geweldig toe.

We kunnen jammer genoeg niet echt genieten van dit mooie domein, want we moeten alweer vroeg de bus in.
Terug naar het Arenal-meer, waar we opnieuw een boot worden ingeloodst, die ons naar de andere kant van het meer moet brengen, waar er jeeps op ons wachten.
De boottocht is leuker dan de eerste keer, omdat we er beter voor gekleed zijn, omdat we in de verte toekans kunnen zien vliegen en omdat we de vulkaan toch al tenminste gedeeltelijk te zien krijgen.

In de jeeps ondervinden we aan den lijve wat de reisgidsen bedoelen wanneer ze het over de befaamde slechte Costa Ricaanse wegen hebben.
Rond Monteverde wil men dat echter bewust zo houden, men wil géén massatoerisme in het regenwoud.
De weinige toeristen die er met 4×4’s heen sukkelen moeten er moeite voor doen.

We maken een pitstop bij een koffieplantage, waar we de lekkere lokale koffie en een pittig kaasje proeven.
Ineens wordt een brahma stier ten tonele gevoerd.
Het is de bedoeling dat je voor de foto, en tegen een kleine fooi, plaats neemt op het beest.
De stier laat dit compleet zen over zich heen gaan omdat hij hiervoor wordt beloond met een bak voer.
Ik zie niet in waarom ik me op een stilstaand stuk vee zou laten hijsen en laat deze kelk aan mij voorbij gaan.
Maar heel wat mensen uit onze groep hebben nu een foto van zichzelf met een Amerikaanse cowboy hoed, zittend op een Indische koe in een veranda in Costa Rica.
Tja.

Maar nu gaan we eindelijk naar Monteverde.
Hier droom ik dus al jaren van!
Een wandeling in het regenwoud op een wel zeer originele manier: door de boomkruinen via een spectaculair systeem van hangbruggen.

      
Het levert adembenemende, maar ook intieme beelden op.
Je kunt onmogelijk nóg dichter bij het woud komen.
De variëteit aan planten en bomen is hier enorm, maar globaal kun je het woud indelen in 3 lagen.
Op de bodem ligt voornamelijk dood en rottend materiaal dat tot voedsel dient voor planten en dieren.
Daarboven is er een gordel lage struiken en bomen.
Omdat deze grotendeels worden overschaduwd door de hoge bomen moeten ze letterlijk vechten voor hun plekje in de zon en dat doen ze door hun bladeren zo groot mogelijk te maken.
De hoogste laag van het ecosysteem, de bomen door wiens kruinen wij nu wandelen hoeven niet meer te vechten voor de zon, ze torenen immers overal bovenuit.
Maar daar zit wel een prijskaartje aan vast, van hen wordt ook een bijdrage aan het systeem gevraagd.
Ze zijn namelijk gastheer van een andere soort planten: de epifyten.
Deze gebruiken de boom als steun, maar maken hem niet dood, wat parasieten (zoals sommige klimplanten) wél doen.
Ze leven ermee in symbiose.
Het gaat om vier verschillende groepen: de varens, de mossen, de bromelia en de orchideeën.
Elke boom ziet er uit als een oase van leven.
Bromelia die uit de oksels van de takken spruiten, baardmossen die als mysterieuze watervallen naar beneden hangen.
Fascinerend.
Het woud gonst, bruist, zindert van het leven.
Dieren zie je hier echter niet en dat is jammer, maar logisch. De begroeiing is zo weelderig dat ze bijna niet te spotten zijn.
Naast, boven en onder jou is er een enorme rijke fauna aanwezig.
We weten dat ze er zijn : de jaguar, ocelot, tapir en de beroemde quetzal, een prachtig gekleurde zeldzame vogel, en daar moeten we het mee doen.

Maar we worden wél verwend door de kolibries!
Bij het begin van de wandeling is een “kolibrie-tuin” aangelegd.
Dat houdt in dat er schaaltjes met suikerwater worden opgehangen, waar de in vrijheid levende fladderende juweeltjes gretig gebruik van maken.
Het is zo mooi, te zien hoe het licht op hun veren iriseert!
Ze vliegen naar de (nep) bloemen met suikerwater, hangen stil in de lucht en vliegen dan gewoon weer achteruit. Kolibries zijn de enige vogels die achteruit kunnen vliegen.
Er zijn hele kleintjes bij en iets grotere, van 6,5 cm tot 15cm en in alle mogelijke tinten.
Groen zien we het meest , maar ook blauw, bruin, oranje…
Ik vergeet te ademen en wanneer ik er eentje voel landen op de kap van mijn poncho, ben ik even van deze wereld.
Ik vind dat ik tijd verlies door foto’s te nemen en onvoldoende te genieten en ik vind dat ik tijd verlies door gewoon te staan kijken en niet alle foto’s neem die er te nemen zijn.
Ik wil mezelf ter plekke ontdubbelen.

Wanneer de gids vraagt : is iedereen klaar? Dan denk ik: vraag me dat volgende week nog maar eens.

    

Ik ben extatisch omdat ik géén hoogtevrees heb op de hangbruggen.
En ik illustreer dat, door voor de camera een wiebelend nummertje ten beste te geven van “singing in the rain”, een voor de hand liggende keuze vanwege de regen en bovendien heb ik ook de poncho aan die ik na één jaartje tapdans, bij mijn allereerste tapdansoptreden op dit nummertje heb gedragen.
Als alles goed gaat vindt dit filmpje nog wel zijn weg naar mijn facebook-pagina.
De wandeling is zo’n 3 km lang via makkelijke paden en over 8 hangbruggen.

Het reptielenhuis stelt weinig voor.
Het dak is in staat van ontbinding door de vochtigheid van het regenwoud, er staan paddenstoelen op het plafond. (Geen schimmels hé! Paddenstoelen)
Er staan een aantal glazen kooien met slangen en er wordt ons in geuren en kleuren uitgelegd wat het gif van een bushmaster of fer de lance met je lichaam doet en geloof me, je wilt het niet weten.
We zien ook een kleine slang, met baby’tjes zo groot als een uit de kluiten gewassen regenworm. Maar die ukkies zijn nog giftiger dan hun moeder. Zij doseren immers niet in functie van het resultaat/prooi, maar geven alles ineens.
De onstuimigheid van de jeugd hé!
Maar dat betekent dus wel dat zo’n pier je met gemak naar de andere wereld kan helpen!
Er zitten ook van die kleine kleurrijke en heel giftige kikkertjes, die ik had gehoopt tijdens de wandeling te zien, maar ook nu weer, die beesten zitten hoog in de boomkruinen en je krijgt ze maar héél zelden te zien.

Ik ben moe, niet zozeer van de wandeling, maar van de opwinding en van de indrukken.
Maar na een late lunch volgt nog een vermoeiende terugtocht van 3,5 uur.
Onderweg mijmer ik over de Costa Ricanen.
Volgens een onafhankelijke enquête zouden het de gelukkigste mensen ter wereld zijn en dat kan ik intussen wel al enigszins begrijpen.
Ze leven in een land dat zijn zeer gevarieerde natuur koestert en beschermt.
Het land heeft géén leger en de gezondheidszorg is gratis en uitstekend. (In de rest van Midden Amerika is dat wel even anders) , zelfs de US kan hier een voorbeeld aan nemen.
Niemand heeft honger.
Het toerisme bloeit en verschaft werk.
In de landbouw is er blijkbaar zoveel werk, dat Nicaraguanen massaal naar hier komen om hier een job te vinden.
Tico’s zijn dan ook fier op hun land. Wanneer het volkslied gespeeld wordt, staan ze met kloppend hart recht.

We stuiteren verder langs onverharde wegen tot we bij de enige goed geasfalteerde weg van Costa Rica aankomen: de Panamerican highway.
We staan wéér voor het unieke verkeerslicht van Liberia.
Aan de overkant staan een Burger King en Mac Donalds broederlijk naast elkaar.
Zelfs hier ontsnap je niet aan junk food.
Je betaalt er zo’n 10 dollar voor een hamburger/friet/cola combinatie en dat lijkt me toch duur voor een land als dit.

De Panamerican highway is 35.000 km lang en wij rijden nu richting Nicaragua, als we zouden blijven rijden komen we in Alaska uit, als we links waren afgeslagen dan zouden we uiteindelijk in Chili, in Patagonië zijn uitgekomen.
Het doet de reiziger in mij dromen…
Alleen in Panama komt het verkeer tot stilstand.
Onder het mom van de bescherming van hun regenwoud heeft de Panamese regering besloten de weg niet door te trekken.
De echte reden is uiteraard dat ze het vrachtvervoer willen dwingen om hun lading op schepen over te brengen en het Panama-kanaal te gebruiken.
Voor één keer gaat natuurbescherming en economie hand in hand.

Onderweg zien we de grote vuren waar een gids op een vorige excursie het al over had,
de suikerrietplantages die in brand staan.
Eén keer zien we ook bomen langs de kant van de weg branden.
Het is een eng zicht in de donkere nacht.
Er staat vandaag een hevige wind en misschien was dit niet wel echt het moment om vuurtje te stoken.

De provincie Guanacaste verwelkomt ons met zwoele temperaturen.
Het is bijna niet te geloven dat ik op nauwelijks 100 km verder nog liep te bibberen in een gebreid vest.
Het Riu hotel straalt een belofte van pure verwennerij uit, we krijgen al zin in het aperitief.
Op onze kamer staat een fruitmand en een flesje vuurwater.
Een verjaardagsattentie vanwege het hotel.
Heel fijn.
Gek hoe we al een klein beetje het gevoel hebben “thuis” te komen.

Na het diner gaan we met enkele mede excursieleden nog even nakaarten aan de bar.
Jammer genoeg loopt dat “even” even uit en lopen de mojito’s al even gemakkelijk binnen.
Wanneer de bar sluit gaan de mannen nog een paar drankjes halen in de sportbar, die 24 uur op 24 open is.
Of dat nog écht nodig is durf ik te betwijfelen.

13/01/2010
Mijn schedeldak kraakt wanneer ik me uit bed hijs voor mijn ochtend zwemsessie.
Mijn echtgenoot doet alsof hij slaapt, of slaapt, maar straalt in elk geval héél duidelijk uit: ik ga NIET mee zwemmen.
Het is later dan gewoonlijk, acht uur, maar er is nog steeds weinig volk aan het zwembad.
Een aantal mannen komt ongeschoren en ongekamd een handdoekje leggen voor zichzelf en voor de vrouw die zich nog ligt uit te rekken in bed , om zich te verzekeren van een plaats op de eerste rij.
Dat mag niet, en is ook niet erg beleefd, maar :Handdoekje leggen, niemand zeggen…
In het zwembad ben ik nog steeds alleen.

Na het ontbijt laten we ons geen van beiden kennen en we vertrekken voor een wandeling van twee uur.
We hebben de streek intussen al grondig verkend en kiezen er eentje die deels in de schaduw ligt, want het is intussen al 10 uur geworden en de zon brandt vanuit een staalblauwe lucht op ons neer.
We proberen onderweg toch twee nieuwe paadjes uit, maar het ene is echt wel té steil en het andere vernauwt al na 100 meter en je wilt hier écht niet tussen de dorre bladeren lopen.
Wist je trouwens dat bepaalde slangen hun bek 180° kunnen openklappen zodat zelfs de heel kleintjes je makkelijk kunnen bijten. Of wilde je dit ook eigenlijk liever niet weten?

Onze vakantie zit er bijna op en in dit besef zitten we dubbel te genieten in de schaduw van een boom op het strand, enigszins verkoeld door een zacht windje. Aan het zwembad gaat de animatie onverdroten door, we horen de bassen van de muziek tot hier.
Wanneer ik tot aan de zwembadbar loop om voor ons een piña colada te halen en de blote, blinkende, zwetende lijven zie, dan denk ik voor de zoveelste keer hoe hou je zoiets vol en vooral waarom!
Ik geef toe dat ik ijdel genoeg ben om mijn spiegelbeeld liever naar me te zien lachen met een zonnig kleurtje, maar daar hebben onze wandelingen wel voor gezorgd en méér moet dat van mij niet zijn.

14/01/2010
Ik loop intussen probleemloos in de vakantietredmolen.
Heel vroeg in de ochtend zwemmen en na het ontbijt een fikse wandeling.
Omdat we intussen al elke wandelweg in de buurt geprobeerd hebben, zijn we geïntrigeerd door die ene die steil de heuvel op loopt.
Een strandverkoper heeft me gezegd dat hij leidt naar het mooie, witte strand waar we intussen niet meer zijn geraakt omdat de zee altijd te hoog stond en we niet via de rotsen konden. En dus gaan we er uiteindelijk toch maar voor.

Mijn schoenen hebben weinig of geen grip, maar ik lanceer me naar boven.
Terug de heuvel af is echter een ander paar mouwen.
Ik schuifel gebogen als een oud vrouwtje aan de hand van mijn echtgenoot naar beneden.
Het pad is steil en ik slaag er maar niet in de les slangengiften van 2 dagen geleden te vergeten. En mijn atavistische spinnenangst rukt op.
Vóór ik me aan een tak durf vast te houden doe ik een 360° check-up. Je weet maar nooit wat er op kan zitten.
Ik hoop en ik bid en ik wil dat wanneer ik straks beneden geraak dat het eb zal zijn en dat we via de rotsen terug kunnen wandelen.
Ik weet wel zeker dat ik keihard ga zitten janken mocht dit niet het geval blijken te zijn.

Wanneer we op het witte strand aankomen liggen de rotsen nog vrij.
We kunnen langs deze weg terug.
Maar omdat ik niet weet hoe lang nog, sta ik mezelf één blik op het mooie strand toe en Jos één foto en klauter de lava rotsen op.
Mijn spieren trillen nog na van de inspanning.

14/01/2010 (namiddag)
We liggen vol verwachting op het strand.
Gisteren is er opnieuw een walvis gesignaleerd!
De life guard komt een lange babbel met me maken, met zijn rug naar zee!
Een uur later staat hij er nog, maar zo ver ik heb kunnen zien is er intussen niemand verdronken en is er nog steeds geen walvis verschenen.
Wanneer hij beseft dat hij eigenlijk toch wel al héél lang met mij aan het babbelen is, stelt hij zichzelf officieel voor en schudt me de hand.
Nu zijn we tenminste geen vreemden meer en kan hij rustig verder babbelen.
Het is een heel lieve jongen, wiens liefdesleven voor mij intussen geen geheimen meer heeft.
Verfrissend dat zo’n meisjesmagneet er blijkbaar genoegen aan beleeft om met een vrouw van 52 te babbelen.
Verrassend ook dat hij op zoek blijkt te zijn naar een zinvolle relatie en al die bakvis-toeristen aandacht wel egostrelend vindt. Maar wat koopt hij er tenslotte voor?
Ook de strandverkopers zijn heel vriendelijk.
Wanneer ze horen dat ik Spaans spreek, bloeien ze open en nemen rustig de tijd om een babbeltje te slaan, ook al zeg ik direct dat alle souvenirs al gekocht zijn en alle excursies geboekt.
En het regent telkens complimenten over mijn talenkennis en mijn accent.
Want dat vinden ze blijkbaar allemaal fijn, dat ik “hun” Spaans probeer te spreken.
Ik vind de Tico’s zeer lieve mensen, open, vriendelijk, maar zeker niet opdringerig, integendeel, beleefd en gereserveerd zelfs.
En alle gesprekken die ik met hen heb kunnen voeren hebben zeker een meerwaarde gegeven aan deze fantastische vakantie.

15/01/2010
Vandaag gaan we terug naar huis, waar het gelukkig inmiddels minder koud is.
(De dag na ons vertrek is Zaventem tijdelijk dicht gemoeten vanwege de vrieskou.)
Het was mooi, we hebben er van genoten!
Deze vakantie was een mooie mix van nieuwe indrukken en zalig genieten.
De natuur is hier prachtig en vrijwel ongerept en we verkenden zowel het tropisch droog woud als het regenwoud. En al zagen we minder dieren dan optimistische reisgidsen hadden beloofd, op elke wandeling was er toch weer iets nieuws te ontdekken.
Het volstond om even stil te staan en je ogen de kost te geven.
En je oren natuurlijk, na een paar dagen hoorde ik de rood-groene parkieten al van ver aankomen en wist ik waar de mooie rossige specht zat.
En voor de kolibries bleek ik zo’n beetje een zesde zintuig te hebben. Hoe klein ze ook zijn.
Op elke wandeling vond ik er toch wel één of twee.

Met een zekere gejaagdheid (nu kan het nog!) beginnen we de ochtend met een zwempartijtje en gaan nog even wandelen.
Mijn echtgenoot heeft de eer onze allerlaatste kolibrie te spotten.
En tussen de rotsen aan zee zien we voor het eerst hele leuke zeeslakken, in één plas.
Waar we verder ook zoeken, we zien er geen meer.
We genieten nog van een allerlaatste piña colada aan de swim-up bar.
Het zal wel nooit onze natuurlijke habitat vormen, maar we hebben er nu toch wel echt deugd van.
Er is nog net tijd voor een lunch in het open restaurant met zicht op zee, aan het tafeltje dat we elke middag probeerden te veroveren en dan moeten we de bus op, die ons naar de luchthaven zal brengen.
Vlak voor ik opstap zie ik nog net de assistent manager en vlieg op hem af om nog één keer mijn pleidooi voor de schilpadden af te steken.
Het licht in het sportchalet op het strand was immers vorige nacht opnieuw niet gedoofd. Hij is één en al verontschuldiging en ik zie dat hij het in zijn agenda noteert.
Méér kan ik jammer genoeg niet doen. In gedachten stuur ik een groet naar mijn waker/bewaker : ik heb mijn best gedaan, blijf jij a.u.b. voor ze zorgen!

De niet-geasfalteerde weg schudt ons nog een laatste keer door elkaar en voor we het goed en wel beseffen zien we vanuit ons vliegtuigraampje Costa Rica in een schitterende ondergaande zon aan onze voeten liggen.

februari 2, 2010 Geplaatst door mireille4m | reizen | | Momenteel geen reacties

Cartoons

MI-AUWsneeuwman 

september 30, 2009 Geplaatst door mireille4m | Cartoons | | Momenteel geen reacties

Toscanië

IMG_1278Alles is zacht in Toscanië, de heuvels, de kleuren, de wijn…

Het voelt altijd een beetje aan als thuiskomen.

 

IMG_1249

IMG_1256IMG_1358IMG_1263

september 30, 2009 Geplaatst door mireille4m | foto's | , | Momenteel geen reacties

Het straatje

 

HET STRAATJE

 

Héél lang gelden toen de dieren nog konden spreken , voerde ik soms urenlange gesprekken met de hond.

Al was hij eerder van het zwijgzame type , zodat het voornamelijk monologen werden.

 

Mijn moeder had hem vernoemd naar de enige hond ,wiens naam toe op ieders lippen lag: Lassie.

Maar aangezien het beest een rasechte Mechelse herder was ging hij zoals enigszins te verwachten viel nooit noemenswaardige gelijkenissen vertonen met de beroemde border-collie.

 

Lassie was zoals ik al zei geen groot prater, maar een zeer goed luisteraar, een kwaliteit die ik steeds ben blijven waarderen, ook in mensen.

Ik voelde hem in de gezinshiërarchie boven mij verheven omdat hij eerst at en minder straf kreeg, maar ook omdat hij er eerst was geweest.

Hij had bij mijn wieg gewaakt en zo het aureool van “grote beschermer” verdiend.

Ik heb me bij hem altijd veilig gevoeld, want iedereen was bang voor hem.

 

 

 

Helemaal aan het eind van het straatje net voor de wereld bijna ophield , woonde een heel dikke vrouw van wie ik meende te weten dat ze een zoon had.

En ik ben er bijna zeker van dat ze zelfs een man had , maar die zweefde onzichtbaar in haar omvangrijke schaduw.

Jaren hoorde ik haar 3 maal daags schreeuwen: Free, komen eten!

Maar op een dag hield ze daar om een onverklaarbare reden ineens mee op.

Ze was heel donker en ze rook naar oude vrouw en als ze je heel dicht tegen haar stijve zwarte schort trok over een blubberige boezem heen dan zag je de zwarte haartjes op haar bovenlip.

Haar haar is nooit grijs geworden, zelfs toen ze jaren later naar het “gesticht” vertrok was er nog geen lijntje in te bekennen.

Puur natuur nog steeds ,verzekerde ze iedereen die het horen wou.

 

Maandelijks hingen in haar tuin grote witte lappen en mijn moeder beweerde dat dit niet natuurlijk was voor een vrouw die de 70 naderde.

Maar Julia was trots op haar lappen en lachte de buurt uit.

 

 

 

Ik was bang van haar.

Ze probeerde me steeds zover te krijgen dat ik bij haar in de tuin bloemen ging plukken voor mama.

Maar meestal werd het een klein boeket , want hoe groot ook mijn verlangen naar een “echt”boeket om aan mama cadeau te kunnen doen en niet zo’n belabberde paardebloem of kort-stelige madeliefjes die er in hun confituurpotjes altijd een beetje zielig uitzagen, mijn angst kreeg steeds de bovenhand.

Julia had een heel venijnige manier om me te pesten.

Ik was 4 en ik wist perfect wie ik was en toen ze keer op keer mijn voornaam koppelde aan de meisjesnaam van mijn moeder schreeuwde ik en stampvoette, want ik wist ook toen al dat ik dat niet wou zijn: mijn moeders dochter.

 

Maar dus moest ik van mezelf natuurlijk wel telkens terug om een beetje boete te doen en als een bijtje aangetrokken door de weelderige kleuren ging ik opnieuw mijn offergaven kiezen, met een ingetrokken angeltje, dat trouwens toch nog te kort was om iemand te kunnen steken.

 

 

 

Als ik geluk had werd ik uitgenodigd door Julia , met de hond, de rechtstreekse buurvrouw van de eerste , die ook een mooie bloementuin had.

Deze Julia lachte vaak en als ze lachte kon je zien dat haar valse tanden een beetje aan de grote kant waren en het verhemelte onnatuurlijk roze ,maar vooral het feit dat àls ze lachte dat het dan niet om mij was maakte dat ik haar veel aardiger vond.

Maar ze had natuurlijk wel een hond en ze was er als de meeste hondenbezitters van overtuigd dat die van hààr niet beet, iets wat ik ten zeerste betwijfelde.

 

Julia met de hond was een kerkuil zei moeder, een transfomatie die zich waarschijnlijk alleen bij donker voltrok , want ik ,die vroeg naar bed moest heb het in ieder geval nooit gezien.

Of misschien dat Julia wel tijdens de mis in een vogel veranderde.

Want daar ging ze elke week heen en wij niet en uit de toon van moeder kon ik opmaken dat daar best wel rare dingen gebeurden.

En tenslotte is het allemaal goed en wel eventjes in een uil te veranderen, maar stel je voor dat je in een spin of een slang zou veranderen of dat je nooit meer terug mens zou worden.

 

 

 

In die tijd duurden de zomers nog minstens 9 maanden, waarna ze , voldragen, uiteenspatten in sneeuwlandschappen.

Dus zaten de oudere mensen het grootste deel van het jaar ’s avonds buiten op de stoep en sleepten hiervoor uit de keuken een stoel met chromé pootjes en formica zitting aan.

Soms lag er een zelfgehaakt kussentje op de zitting, met een heel dunne vulling die er door de jaren heen alleen maar dunner op werd en waarvan uiteindelijk alleen een tamelijk vies lapje haakwerk overbleef dat nog weinig aan het zitcomfort toevoegde.

 

Ik vond dat de zaligste momenten van de dag.

De contouren van de gezichten vervaagden, zodat niemand er nog uitzag om bang voor te zijn.

De stemmen klonken gedempt, gevallen met de laatste zonnestralen.

Ik koesterde de zeldzame dagen dat mijn ouders aan de avondgesprekken wilden deelnemen en ik niet vroeg naar bed werd gestuurd.

Maar zelfs vanuit mijn bed lag ik nog te luisteren naar het wiegende geluid van de stemmen , slechts onderbroken door een snerperige kreet van de stoelpoten wanneer die even over het oneffen voetpad verschoven.

Blijkbaar was de verantwoordelijkheid van de gemeente geëindigd bij de rijweg, want iedereen had voor zijn deur eigenhandig een mozaiek van min of meer bijeenpassende steentjes gelegd.

Elke dag werd het vuil ervan in de goot geveegd en dan zijdelings langs de stoep tot voor het huis van de buurvrouw, die het dan weer meenam tot het tenslotte in het rooster van het riool werd gekeerd.

Ik genoot ervan om naar dit ritueel te kijken en ik imiteerde het met een kleurrijke kleinere versie van de borstels die de dames hanteerden.

Dit deed ik achterin onze tuin waar een schuur stond met een oude voordeur erin en waarvoor mijn vader een betonvloertje had gegoten .En ik werd bij het vegen van mijn stoep aangemoedigd en bewonderd door een hele kolonie poppen die elk jaar met sinterklaas nog een stukje aangroeide.

 

 

 

Ik hield van mijn poppen.

Een beetje méér van de nieuwste uit vinyl die “echt haar” hadden dat ik kon kammen en een beetje minder van die uit hard plastic waar het haar alleen maar werd geïnsinueerd door een lichte verhevenheid en vaag kleurverschil.

 

Het meest hield ik van Oscar , die bij me sliep en die was vernoemd naar de visboer die elke vrijdag de zee tot voor onze deur bracht.

Maar ik hield niet van Mireille, die toevallig mijn naam droeg en heel vaak in de hoek moest staan omdat zij blijkbaar altijd iets verkeerds had gedaan.

Terwijl haar iets grotere , maar vrijwel identieke zuster nooit straf kreeg.

 

Toen later de grote revelatie “Barbie” op de markt kwam verlegde ik mijn aandacht naar het poppenhuis.

Ken was toen nog niet uitgevonden en zijn schrijnend lege plaats moest ingevuld worden door de enige jongenspop die ik naast Oscar nog had: Moeboejoe , een negerjongetje , die te groot was voor het huis.

Maar omdat ik al had gemerkt dat vaders toch meestal niet thuis zijn was dat niet zo erg.

 

 

 

De uithuizigheid van vaders was een thema dat zelfs werd verwerkt in een spelletje dat we later op school speelden en “huis”" heette , om niet te zeggen dat het infeite het enige thema was.

Want het spel kwam er op neer dat paren werden gevormd en dat dan de jongens wegvluchtten om op café te gaan zitten en wij ,de meisjes, holden er achteraan en probeerden ze terug naar huis te sleuren.

We maakten nooit ruzie over wie met wie een paar mocht vormen omdat het mooiste meisje gewoon de mooiste jongen kreeg.

Nicole had blauwe ogen en blonde vlechtjes , maar als zij ziek was kreeg ik Ronny.

 

 

 

Er was een hekje achteraan de tuin langswaar de hond werd uitgelaten ,en ik ook , maar jammer genoeg lang niet zo vaak.

Zo nu en dan mocht ik bij de andere kinderen in het veld spelen , maar als er nog niemand was moest ik de klus alleen klaren, want ik mocht hen niet gaan roepen.

Dus liet ik de hond los en riep hem dan héél luid terug in de hoop dat de kinderen mij wel zouden horen.

Jammer genoeg was de hond erg gehoorzaam en kon ik meestal maar één keer roepen.

En zo kwam het dat ze me vaak niet hoorden en dat ik langs de korenaren liep en lieveheersbeestjes verzamelde in lucifersdoosjes of ,als die er niet waren, kleine zwartgroene kevertjes die je op wilgen vond of als ik me er moedig genoeg voor voelde soldaatjes (want die kriebelden zo eng)

Soms hoorde ik hen dan lachen of zag ik een glimp van iemand die zich leek te verbergen in de gemeenschappelijke tuin die den hof werd genoemd en voor mij verboden terrein was en dan probeerde ik me groot en zichtbaar te maken.

En ’s avonds huilde ik omdat ik mijn kevertjes was vergeten bevrijden en de doosjes nu vol lijken staken.

 

 

 

In het straatje woonden een aantal mensen die allemaal familie van elkaar waren, grootmoeders, tantes, moeders en kinderen liepen bij elkaar in en uit met stukjes informatie, advies en taart.

Grootvaders , ooms, zonen en kleinzonen bouwden volières in diezelfde hof , waar ik geen toegang had.

Op straat begroeten ze je allemaal met een korte samenvatting van het weer, en een beschrijving van de lucht zo gedetailleerd dat ze je de moeite bespaarde zelf naar boven te kijken.

De appreciatie van dit weer hing louter van hun eigen gemoedstoestand af , maar liet desalniettemin geen tegenspraak toe.

Mijn favoriet uit deze familie was Romain, de stamoudste , die bij het krieken van de dag post vatte aan zijn voordeur en deze plek enkel verliet om te eten of te slapen.

Ik denk dat hij het weer bewaakte.

En ik denk ook dat hij net als Julia 1 oud en een beetje vies rook, vanwege zijn slierterige haar en de vettige pet die er steeds bovenop stond, maar ik ben nooit dicht genoeg bij hem gekomen om dit te verifiëren.

 

Romain is er nooit in geslaagd mijn naam ordentelijk uit te spreken, maar in tegenstelling tot Julia 1 deed hij dat niet om mij te pesten.

Ik denk dat hij gewoon te weinig tanden in zijn mond had om er alle medeklinkers uit te krijgen.

 

Toen het huisje waarin hij al 50 jaar woonde te koop werd gesteld is hij heel bleek geworden is gaan liggen en is dan gewoon gestorven.

Zijn vrouw heeft nog enkele maanden zijn plaats aan de voordeur overgenomen, maar toen de hamer definitief viel was ze nog niet dood en haar kinderen hebben haar naar een gesticht overgebracht omdat ze toch maar dement begon te worden.

 

Romain kreeg op het kerkhof dezelfde buur als hij in het straatje had gehad maar zijn graf was veel minder mooi.

Marcel , de duivenmelker rustte onder een marmeren tombe met een engel erbovenop en een heel droevige boodschap van zijn vrouw, die hem toch zo miste.

Maar moeder zei dat die vuile tang hem beter een beetje beter had behandeld terwijl hij nog leefde en hem niet zo vaak putje winter op zijn duivenkot doen overnachten en hem daardoor waarschijnlijk vroegtijdig naar zijn einde had geholpen.

 

De vuile tang heette Martha en ik herinner me van haar dat ze kleine voetjes had.

Niet dat me dat toen zo was opgevallen, maar ze zei het steeds tegen mij.

Ze zei : kijk Mireille, ik ben dan misschien wel een oude vrouw, maar ik heb nog altijd van die mooie kleine voetjes.

En dan keek ik ernaar en ze waren inderdaad wel klein, maar ze waren oud.

 

 

 

Maar veel erger vond ik het nog te kijken naar de voeten van Pauline, wiens vergroeide tenen helemaal naar boven kromden.

Ik denk dat dit kwam doordat ze zomer en winter blootsvoets liep en probeerde zo weinig mogelijk contact te maken met de grond.

Pauline had ook een tuin met veel mooie bloemen, waartussen ze als een kromme toverheks scharrelde, maar waar ik er nooit één van kreeg.

Ik heb moeten wachten tot ze dood was vooraleer Jules, haar man me een boeket pampasgras cadeau deed, wat van mama jammer genoeg heel vlug moest wegdoen want de hond was er allergisch aan zei ze.

Jules had meer geluk dan Marcel, hij had tenminste zijn vuile tang overleefd.

En om dat te vieren is hij nooit meer een dag nuchter geweest.

 

 

 

 

 

 

Naast ons woonde een zus van mijn vader, met wie mijn ouders officieel ruzie hadden.

Het was allemaal heel ernstig en heel volwassen en een ongeschreven beurtrol zorgde ervoor dat ze elkaar nooit tegenkwamen achteraan in de groententuin.

 

Het eerste gedeelte van de tuin was veilig, want dat was afgebakend met drie horizontaal boveneengeplaatste betonplaten , waarop scherven glas waren gemetseld, die de katten moesten ontmoedigen hun pootafdrukken achter te laten op onze proper geschilderde platen.

 

Als je op dit “koerke” zat had je altijd de illusie dat er een zwaar onweer dreigde ,want vader schilderde zijn platen met restjes verf van een carrossier.

Kwart-en halflege potten in diverse kleuren werden door hem gemengd en leverden steeds dezelfde onbestemde tint grijs-bruin op.

Maar achteraan was er enkel een draad die de hoven van elkaar scheidde.

En daar kon ik dus overheen hangen en proberen een glimp op te vangen van diegene die een tijdje mijn lievelingstante was geweest.

 

Mijn andere oom kwam soms bij haar op bezoek, maar nooit bij ons en dat vond ik jammer.

Maar nog veel jammerder vond ik het dat als ik mijn grootvader in haar tuin zag, dat die dan niet meer naar me toekwam om me mee te nemen om stekelbaarsjes te gaan vangen, of salamanders.

Of dat hij niet meer met mij naar de boomgaard ging om appels te stelen van de eigenaars, die toch rijk genoeg waren.

Mijn grootvader heeft me ook leren vloeken;ik kon prachtig vloeken in die tijd.

 

Maar niet lang nadat mijn grootmoeder was gestorven barstte dus de familie uiteen in twee kampen.

Mijn grootvader, zijn twee dochters en zijn andere zoon zaten in het ene kamp.

Papa en wij in het andere.

En mama was boos op me als ik ging “spioneren” of als ik zei dat ik weer vriendjes wou zijn met pépé.

Maar dat was waarschijnlijk omdat we toch al zo’n klein kamp hadden en omdat de ruzie er volledig door de schuld van de anderen was gekomen.

 

 

 

Op de hoek van de straat was een winkeltje en daar mocht ik soms alleen naartoe als moeder niet méér dan een paar artikels nodig had.

Maar ik was altijd zo opgewonden als de voordeur voor me openzwaaide dat ik er vaak in slaagde toch nog iets te vergeten of met iets verkeerds naar huis te komen.

 

Er woonde een heel oud vrouwtje in dat winkeltje: Jeanneke.

Haar huid was even grijs als haar haren en als de schort die ze droeg. Ze liep voorovergebogen door de reumatiek en zelfs haar vingers stonden ze er stijf van.

Ze frommelde de boerenboter in vetwerend papier dat moeilijk meegaf en als je niet oplette schoof het plakje in je boodschappentas er zo weer uit.

 

Het grootste schandaal dat ons straatje ooit heeft gezien was toen Jeanneke werd beroofd.

Een jonge man had haar een klap gegeven en was er met 200 fr vandoor gegaan.

We wisten allemaal wie hij was en niemand sprak nog ooit een woord met hem.

Maar hij kocht nu in andere winkels en werd dronken in café’s aan de andere kant van de stad.

Ik weet niet of de politie hem die 200 fr heeft doen teruggeven, maar ik hoop het wel, want Jeanneke kan vast en zeker niet rijk zijn geworden in dat piepkleine winkeltje van haar.

 

Dus, als ze daarna al eens vergat mij m’n gratis snoepje te geven als ik boodschappen voor moeder deed, dan vond ik dat minder erg.

 

 

Op zaterdag kreeg ik 2 fr zakgeld en dan haastte ik me net als alle andere kinderen van de straat naar Jeannekes winkeltje om een zak “brokkelingen “ te kopen.

Een witte puntzak gevuld met verkruimelde ijskreemwafeltjes waarin een surprise verborgen zat.

We waren er gek op omdat we in elke zak iets geweldigs dachten te vinden.

En dat deden we ook.

Soms zat er een snoepje in dat normaal misschien wel 5 r kostte en zijn weg naar de brokkelingen had gevonden omdat het er een beetje verfomfaaid was beginnen uitzien, maar dat nog best lekker was.

Soms zat er een geduldspelletje in of een medaillon in éénkleurig plastic.

 

 

 

Toen Lassie stierf was ik erg verdrietig.

Want al zag ik hem nog wel en praatte ik nog wel met hem, het was toch niet meer hetzelfde.

En je kon een hond die voor alle anderen onzichtbaar was natuurlijk ook niet meer mee uit wandelen nemen.

 

 

 

Maar gelukkig was het niet altijd vakantie en vanaf midden augustus brachten de buren er mij één voor één van op de hoogte dat het weldra weer school zou zijn.

Maar dat wist ik zelf ook wel, want het korenveld achter onze tuin was dan tot een stoppelveld herschapen en de zon werd niet meer echt warm.

Het feit echter dat ik hun nieuws met zoveel enthousiasme onthaalde maakte hen elk jaar opnieuw vrolijk en ontlokte hun complimentjes over mijn ijver.

 

Maar ik wist dat als de school heropende, ook het poortje weer openging.

 

 

 

Via de veldwegel die uitgaf op de straat waarin de school was gevestigd bracht mama me ‘s morgens naar school, maar ‘s avonds kwam ik alleen terug naar huis met de rang.

 

De rang was een kolonne kinderen die onder begeleiding van een paar verantwoordelijke volwassenen maximaal drie straten verder werd geloosd.

Het had allemaal iets met veiligheid te maken ,zei men, maar daar geloofde ik niet echt in .

Want de rang ging tòch voorbij het huis van Marie.

 

Marie was een mongool , ze had scheve ogen en mama zei dat ik medelijden met haar moest hebben. Maar dat had ik niet, ik was alleen maar bang van haar.

 

Marie stond altijd aan haar voordeur, net als Romain.

Soms draaide ze een wasspeld eindeloos om en om, maar soms had ze een krant in de hand en daarmee mepte ze op de hoofden van de kinderen uit de rang.

En ze mepte dòòr.

Dus schoven we elke dag gelaten voor bij haar , hopende dat de krant op een hoofd vòòr of achter ons zou neerkomen.

 

Men zegt dat mongolen niet lang leven , maar Marie weerlegde deze premisse door moeiteloos haar hele familie te overleven, al moest ze de laatste 30 jaar wel worden voortgeduwd in een rolstoel omdat haar benen haar enorme lichaam niet meer konden torsen.

 

 

 

Ik ging graag naar school.

‘s Zomers rook ik in de klas de geur van versgemaaid gras en ’s winters gooiden we sneeuwballen en maakten we ijsbaantjes op de speelplaats.

En ook thuis goot mijn moeder als het vroor een emmer water leeg over het koertje om dit zo voor mij in een ijspiste te herscheppen.

 

Toen Lassie nog leefde lokte ik hem er soms op en dan ketste hij er wijdpoots overheen, met zijn nagels krassen in alle windrichtingen achterlatend.

Soms bracht mijn moeder me zelfs met de slee naar school en deze bijzondere gebeurtenis herinner ik mij als het allerbeste wat het leven te bieden had.

Maar ik was een kluns in het maken van sneeuwpoppen.

Omdat ik een koukleum was probeerde ik het met gebreide wantjes aan , maar de sneeuw kleefde aan mijn wantjes en het resultaat leek nergens naar.

 

Toen ik met de mazelen thuis in quarantaine lag en zielig naar de sneeuw buiten lag te kijken maakte mijn moeder een sneeuwmannetje op de vensterbank en ik kon wel janken van dankbaarheid.

 

 

 

In het straatje maakte iedereen elke ochtend de stoep sneeuwvrij met schop en bezem en de postbode kreeg een druppel om de kou te vergeten.

De auto’s kraakten nog door de sneeuw , maar er werd niet meer gefietst en de buurvrouwen schuifelden voorzichtig voorbij op weg naar het winkeltje.

Het leven verstilde.

En ‘s avonds luisterden we vol aandacht naar de weersvoorspellingen.

Mijn ouders in de hoop dat het zou ophouden met winteren en ik met de vingers stiekem gekruist voor nog méér sneeuw.

 

 

De mensen zaten nu niet meer op straat ‘s avonds, maar geschaard rond de kolenkachel.

En ‘s morgens zeefden ze de asse en sintels uit op een braakliggend terreintje waarvan regelmatig iemand zei dat er binnenkort op gebouwd zou worden.

Uiteindelijk werd deze voorspelling bewaarheid, maar intussen waren de meeste buurtbewoners al overgeschakeld op mazout.

 

 

 

 

In ons straatje had niemand een auto en elk voertuig dat langs de huizen reed werd met een beetje achterdocht gevolgd

Zelfs als wij met ons gezin een dagtripje met de trein maakten waren we eigenlijk al een beetje ontrouw, want niemand ging ooit ergens anders heen dan naar het gesticht of rechtstreeks naar het kerkhof.

 

Maar wij waren een beetje “beter” dan de rest.

Dat bleek voor het eerst toen wij een salon kochten in namaak luipaard terwijl bij de buren de eerste kamer nog ongemeubeld was en uitsluitend dienst deed als fietsenstalling.

En later volop toen iedereen nog elke week naar het café toog voor Schipper naast Mathilde en wij ons een eigen toestel aanschaften.

 

Ik leerde Engels van Ivanhoe en Mannix, maar ik zag de kinderen van den hof alsmaar minder.

 

 

Toen het eerste gastarbeidersgezin in onze straat neerstreek had ik eindelijk een vriendinnetje dat aan huis mocht komen.

 

Het gezin was min of meer hierheen gehaald door Etienne , een vrijgezel ,die ons naar de kroon had gestoken door als eerste een buitenlandse reis te ondernemen.

In het zonnige, maar arme Spanje had hij een beeld opgehangen van ons gastvrije landje waar iedereen die een beetje wou werken rijk kon werken.

 

Antonio vond dat hij lang genoeg schapen had gehoed en kwam hier terecht in de textielnijverheid, en toen hij na lang sparen genoeg bijeenhad om een huis in zijn vaderland te kunnen kopen, keerde hij met zijn gezin prompt terug.

 

 

Etienne woonde nog steeds bij zijn moeder in een huisje dat hij had volgestouwd met staande lampen, beeldjes en andere prullaria en waar je je bijna niet durfde te bewegen uit schrik om iets om te stoten.

 

Koffie werd er geserveerd in protserige kopjes en het melkkannetje- mijn favoriet- was een Zwitserse koe, compleet met bel.

 

Etienne had bijna evenveel ringen als hij vingers had en zag zelfs ‘s winters bruin (maar dat was van ‘t flesje volgens mijn moeder en telde dus niet ) en hij had schitterend zwart haar dat tot zijn groot ongenoegen afgaf aan het kussen.

 

Omdat Etienne het niet zo begrepen had op het ruwere werk stelde hij zijn tuin ter beschikking van mijn vader , die hem beplantte en zo mijn horizon alweer verrijkte.

 

 

 

Toen het Spaanse gezin in onze straat kwam wonen werd de nieuwsgierigheid van de buurt geprikkeld en er ontstond een zekere wedijver in gastvrijheid.

Consuelo, het dochtertje kwam in mijn klas te zitten en via haar wonnen we de wedstrijd.

 

 

Niemand was ooit in contact geweest met mensen uit een andere cultuur en het straatje werd dan ook meermaals dooreengeschud door andere gedragingen of eetgewoonten.

Iedereen vond het normaal dat de vrouw des huizes frieten had leren bakken, maar toen ze daar als saus geen mayonnaise bij serveerde, maar het bloed dat ze had opgevangen van een eigenhandig geslachte kip werden de meesten een beetje wit om de neus.

 

 

 

Mijn moeder waakte er over dat ik tegen etenstijd altijd thuis was, maar Consuelo at wel vaak bij ons.

Zij sprak geen woord Nederlands en ik geen woord Spaans, maar als ik haar duwde wanneer ze op mijn schommel zat vroeg ik: “Nog?” en zij zei: “Si”

Maar uiteindelijk leerde ze Nederlands en maakten we ruzie en moeder zei dat ze ondankbaar was en dat ze maar nooit meer moest komen.

 

 

 

 

En dat was het dan.

De deur naar de vrijheid had eventjes op een kier gestaan, maar ging nu voor de rest van mijn jeugd potdicht.

Mijn moeder had zichzelf bewezen wat ze infeite toch al haar hele leven had geweten, zelfs zonder ooit Sartre te hebben gelezen wist ze: de hel , dat zijn de anderen.

 

Ik hing over het poortje , strafte steeds maar weer dezelfde pop en bedelde om een nieuw huisdier.

Ik kreeg een konijn en met Pasen 4 kuikentjes , maar allemaal belandden ze in de kookpot en ik voelde me bedrogen.

 

 

 

Het verkeer in het straatje werd drukker naarmate de welvaart van de bewoners steeg.

Velen hadden een auto , maar niemand een garage en doordat al die auto’s langs de stoep moesten worden geparkeerd vond niemand het nog gezellig om ’s avonds buiten te zitten.

Bovendien had nu ook iedereen televisie.Engelse en Australische buren maakten nu elke dag om hetzelfde uur hun opwachting .

 

Er gingen heel wat mensen dood en mijn tuin werd alsmaar kleiner.

Dat kwam doordat mijn vader steeds maar méér annexen aan onze schuur bouwde , maar misschien ook wel een beetje doordat ikzelf was gegroeid.

 

Uiteindelijk werd zelfs het poortje dichtgemetseld omdat het toch nergens meer heenleidde.

Het vroegere korenveld was verkaveld en er werden sociale woningen gebouwd, met piepkleine tuintjes waarin gefrustreerde honden blaften.

 

Maar tegen die tijd was ik gelukkig al langs de voordeur vertrokken.

september 30, 2009 Geplaatst door mireille4m | kroniekjes | | Momenteel geen reacties

De boot is altijd een klein beetje varen

Verslag van onze eerste kanotocht.

Voorbereiding:
Check: Weerbericht: droog in de namiddag. Prima.
Double check: Buienradar: geen buien. Kan niet meer stuk.
De boot met zijn twee de tuin uit gesleept langs het smalle hekje. Geen evidentie voor een lichtgewicht als ikzelf.
En dan op zijn draagkarretje gelegd.
Stel je het geheel voor als een kruiwagen van 4 meter lang, met 2 kleine wieltjes er onder.
Vastbinden was niet nodig volgens mijn echtgenoot.
De eerste 50 m langs de straat ging het prima, maar daarna in de graskant, kantelde “buut” (ik weet het, het is weinig origineel, maar zo heet hij, omdat ik een paar dagen heb lopen zingen: buut komt naar huus) constant van zijn karretje af en moest er weer getild en gemikt worden om alweer 10 meter te kunnen rijden.
Het was echt niet het moment om te zeggen : we hadden hem tóch moeten vastbinden, want dan riskeerde ik méér dan alleen maar een scheurtje in de echtelijke vrede.
Dus: tillen, mikken en niet zeuren.

Gelukkig vonden we zonder veel moeite een schuine modderige helling langs de Durme, die er door ons nog steeds laaiend enthousiasme als een drie sterren aanlegsteiger uitzag.
En wonder boven wonder geraakten we allebei, droog, de boot in.
Al vreesde ik er wel eventjes voor toen ik Jos zag instappen met zijn kont in de verkeerde richting.
En al zorgde een motorboot, die tijdens dit maneuver één keer in elk van beide richtingen voorbij sjeesde, ervoor dat de risicobalans een pietsie meer naar een verwachte natte instap overhelde.
Against all odds gingen we kurkdroog te water en het peddelen kon beginnen.
Ik zal geen boom opzetten over het niet altijd feilloos afgestemd zijn van onze wederzijdse coördinatie, want al bij al vind ik dat we het er treffelijk vanaf brachten.
Al moet het voor de -gelukkig onbestaande- toeschouwer best wel grappig zijn geweest dat we er soms maar niet in slaagden naar links te varen terwijl we samen en met vereende krachten enkel met onze linker peddel werkten.
Maar het was mooi, niet te warm, er waren geen dazen, maar wel jonge futen, jonge meerkoeten…mooie bebloemde oevers. Enfin, idyllisch , quoi.
En na een 20 minuten op mijn tanden bijten deden mijn schouders al heel wat minder pijn.
Toen we ons eindpunt , Spletterenbrug, hadden bereikt en tevreden onze steven wendden zag het er in de richting waarvan we kwamen wel ineens een beetje grijsjes uit.
Maar we hadden geen tijd meer om eraan te twijfelen of het eventueel zou kunnen gaan regenen want het regende al.
En ineens hoorden we ook de donder roffelen in de niet ver genoege verte.
Als 2 olympische roeiers zetten we koers naar Daknam brug, waaronder we wilden gaan schuilen.
En we prezen ons gelukkig dat we daaronder inderdaad grotendeels beschermd waren voor de wolkbreuk die intussen was losgebarsten.
De blaasjes dansten op het water, er zweefde een lichte mist boven de rivier en dat was best wel mooi al was het voor een zekere gemoedsrust wel nodig dat je deed alsof je de donder niet hoorde.
Ik had ons touw vastgemaakt aan een ijzeren balk aan de onderkant van de brug en daar lagen we dan te wachten tot de bui overdreef.
Maar lang voor dat heuglijk feit zijn intrede deed hoorden we ineens een schelle bel en we beseften: de brug gaat open.
Nu wist ik op dat moment niet meer HOE die brug openging, of ze zou draaien, of dat ze omhoog ging, maar ik kan je wel vertellen dat ik daarover niet eventjes wou gaan zitten nadenken.
Dus haalde ik als een matroos op speed mijn touw in, zodat we niet met buut en al uit het water zouden worden getrokken.
Het was een draaibrug.
Ze draaide open en wij zagen het met lede ogen aan in de plensbui der plensbuien.
Daarna gingen we enkel nog verder schuilen voor het onweer, natter konden we echt niet meer worden.
Pas als we de donderwolken zagen afdrijven aanvaardden we de terugweg.
De regen stopte, maar het bleef maar in de verte roffelen om ons alert te houden en de dazen die werden aangetrokken door de schuchter terugkerende zonnestralen en onze natte huid, deden hetzelfde.
We bleven maar tegen mekaar zeggen dat het toch echt wel leuk was, in de hoop dat we het ook zelf zouden geloven.
Maar mooi was het in elk geval!
Het aanmeren was niet evident, want goeie ouwe Murphy liet weer net op dat moment een motorboot voorbijvaren. En op de nu spekgladde, modderige oever klauteren, was ook niet direct iets wat je elke dag op je agenda zou willen zetten.
Maar we hielden ons goed. We bonden de boot vast aan zijn karretje (!) en wandelden heel wat makkelijker terug naar huis.
En daar stripten we onze kletsnatte, modderige kleren van ons vel en doken met een zucht van verlichting het zwembad in.
En merkwaardig genoeg zeiden we géén van beiden : dat moeten we binnenkort zeker nog eens doen.

juli 5, 2009 Geplaatst door mireille4m | kroniekjes | | 1 reactie

Cartoontje tussendoor

washing day in the garden of eden

mei 28, 2009 Geplaatst door mireille4m | Cartoons | | Momenteel geen reacties

Taboes

Taboes

Je kunt tegenwoordig geen tijdschrift voor tienermeisjes meer openslaan of je wordt geconfronteerd met naakte piemels.
De gefotografeerde heren in kwestie doen ons in de bijgaande teksten meestal uitgebreid konde van hun bedprestaties en het zal niemand verbazen dat het keer op keer kanjers in bed blijken te zijn, wiens vriendin nog net niet het behangpapier van de muren scheurt bij één van haar meervoudige orgasmen.

Enkele bladzijden verder wordt aan de lezende piepkuikens op zeer omstandige wijze uitgelegd hoe ze te werk moeten gaan om een anale penetratie zonder kleerscheuren te doorstaan. (en niet alleen “kleer”scheuren hoop ik ten zeerste)

En wie nog steeds de juiste techniek van de orale bevrediging niet onder de knie heeft is al minstens 10 jaar niet naar de kapper geweest.

In prime televisie-tijd zie je 3 belegen heren, een pitstop maken tijdens één van hun motortochtjes om een seksclub te bezoeken en zich de wondere wereld van het fistfucken uit de doeken te laten doen.

En hitsige heren die zich met hun gezwollen roede tegen auto’s staan aan te schurken, zorgen toch ook altijd weer voor een paar ontspannen televisiemomenten.

Baby’s floepen aan de lopende band uit ingezoomde vagina’s en mensen worden vakkundig uiteengereten en aaneengezet onder het nauwlettend oog van de camera.

Neen, er zijn duidelijk geen taboes meer in onze samenleving.

Maar kan iemand me dan eens een logische verklaring geven voor het feit dat menstruatiebloed in de reclames wordt gesimuleerd met een blauw verfje?
Of kan iemand me soms zeggen waarom “menopauze” een woord is dat in een gemengd gezelschap nooit valt?

Nacht na nacht baden vrouwen in het zweet, gooien de dekens van zich af, geraken onderkoeld, kruipen weer onder de dekens, waarna het spelletje van vooraf aan weer kan beginnen. Slapen wordt louter bijkomstig.
En overdag wissen ze zich stiekem de zweetdruppels uit de hals terwijl hun op hol geslagen hormonenhuishouding er ondertussen voor zorgt dat ze gevaarlijk balanceren tussen depressie en agressie.
En wat zeggen ze ’s morgens tegen hun mannelijke collega, wanneer die vraagt of er soms iets scheelt.
Ze zeggen: “O, niets, gewoon een beetje moe, ik heb niet al te best geslapen vannacht.”

Dus bij deze een oproep aan al mijn seksegenoten.
Dames,wanneer jullie de eerstvolgende keer een tampon moeten vervangen neem die dan gewoon ongegeneerd uit jullie tas en smokkel hem niet stiekem mee me in een mouw of in de extra diepe zak van de speciaal daarvoor aangeschafte broek.
Als je last hebt van je maandstonden of als je zenuwen op scherp staan van de opvliegers zég dat dan ook gewoon.
Spring op de barricade, sloop dat laatste taboe.

En mannen, misschien is het voor jullie in het dagelijkse leven toch wel net even iets relevanter te weten wanneer jullie vriendinnen een extra knuffel nodig hebben dan dat jullie een perfect fingerspitzengefühl met de tepelklemmen hebben.
Dus voor de echte dikhoofden onder jullie (en de fabrikanten van maandverband) nog een allerlaatste keer: menstruatiebloed is róód en menopauze is géén vies woord.

Zo, dit moest me echt even van het hart en vergeef het me maar, beste lezer als ik misschien een beetje te heftig uit de hoek ben gekomen, want ik heb vannacht niet al te best geslapen.

GGrrrrrrrrrrrrrr!!!!!!!!!!!!!

GGrrrrrrrrrrrrrr!!!!!!!!!!!!!

mei 28, 2009 Geplaatst door mireille4m | kroniekjes | , | 1 reactie

Nieuwe levensfase

Free at last free at last!
Ik ben gestopt met werken en daar keek ik al lang reikhalzend naar uit.
En toch… overrompelde me deze emotie:

 

In suspensie

Ik wacht.
Mijn kalender laat in kruissteekpatroon zien
hoe lang ik hier nog zit.

De muren zijn reeds leeg gestript.
Hier en daar zit nog een vuil profiel
dat voor niemand anders nog een herinnering kan zijn.

Geleidelijk ga ik van aan- naar af-wezig.
Het is alsof ik in suspensie ben.
Mijn handelingen zijn nog altijd beperkt door de witte wanden,
door de telefoon, het scherm van de computer.
Maar mijn gedachten waaieren uit.

Mijn dromen gaan al over de toekomst.
Maar eerst moet ik mijn anker nog uit mijn verleden lichten.

De ketting gleed heel lang, heel traag door mijn vingers.
Tot het die laatste dagen ineens heel snel begon te gaan.
En nu eindelijk het ijzer door het water breekt stel ik zonder verbazing vast
dat het schommelen van de boot me toch nog uit evenwicht brengt.

Afscheid nemen is nooit makkelijk.
Mijn laatste dag op het werk

mei 16, 2009 Geplaatst door mireille4m | kroniekjes | | Momenteel geen reacties

Banana

banana

banana

maart 7, 2009 Geplaatst door mireille4m | Cartoons | | Momenteel geen reacties

beul in de keuken

beul-in-de-keuken

maart 7, 2009 Geplaatst door mireille4m | Cartoons | | Momenteel geen reacties