mireille4m’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

De Amalfi kust

 

 

De Amalfi-kust is een petieterig stukje Italië op zo’n twee uur rijden vanuit Napels.

Maar wanneer je de naam in de mond neemt dan zie je grootse beelden:

de jet-set, relaxerend tegen een diepte van azuur , het rotsige panorama doorsneden met één enkele parasol-den,

film decors made in Positano,

Engelse cultuur-toeristen met zonnehoed en zakwoordenboek.

Ze boeken een room with a view en bestellen op een terrasje “Doeie espresso pur favorie.”

Het hééft iets!

 

 

Na drie dagen fascinerende cultuur in Pompeï en Herculaneum krulden we de Amalfi-kust naar beneden tot in Maria del Cantone, deelgemeente van Massa Lubrense.

Ons één-kamer appartement lag met zijn rug tegen de rots aangedrukt en had aan drie zijden grote terrassen en glazen terrasdeuren.

Zelfs vanuit bed had ik nog zicht op de eilanden der Sirenen.

Het verhaal wil dat deze schepsels, toen zij er niet in slaagden Odysseus te verleiden zich van pure frustratie in zee stortten en in rotsen veranderden.

Gezien het feit dat Odysseus in het totaal 20 jaar onderweg is geweest had een kort oponthoud aan deze schitterende kust er mijns inziens nog wel bij gekund, maar, wie ben ik om de keuzes van deze grote tragedie-held in twijfel te trekken?

De eilanden heten nu officieel li Galli, maar het uitzicht is er niet minder adembenemend door geworden.

Ik schoof mijn voeten onder mijn zitvlak en dat zitvlak in een makkelijke ligstoel en legde pro forma een boek op mijn schoot.

De buiten-jaccuzzi warmde op in de voorjaarszon…

Het perfecte geluk bestaat niet op deze wereld, maar zo nu en dan laat het ons toch toe een glimp van zijn gelaat op te vangen.

 

Mijn echtgenoot zat echter ijverig de reisgids te decoderen en liet mij weten dat we absoluut naar Positano moesten, en naar Amalfi, en naar Ravello…

Je kunt niet aan de Amalfi-kust verblijven en Amalfi niet bezoeken liet hij me een tikje verbeten weten.

 

Ik houd niet van bochtige auto-excursies en al zeker niet van de rijstijl van de Italianen, wiens derde oog hen in staat stelt tegenliggers te spotten die zich nog achter de bocht bevinden.

De reisgids beloofde ons schitterende uitzichten op de Galli eilanden, maar die zagen we dus ook al van op ons terras…

 

Géén van deze argumenten kon de halsstarrigheid van mijn echtgenoot echter ondermijnen en dus klikte ik mijn veiligheidsgordel vast en hield mijn vingers gekruist.

 

In Positano geraakten we bij het binnenrijden van de stad tegen alle verwachtingen in, de auto kwijt en we baanden ons te voet een weg naar beneden, naar het strand, langs gelateria’s, restaurants en kledingwinkeltjes, stemmig maar duur.

Het strand is een complete grap, een donkere rechthoek lavazand met zetels in militaire slagorde.

Het stadje, tegen de helling aangebouwd oogt pittoresk, maar na de obligate foto, blijven enkel nog de dure winkeltjes over.

We beklommen steile, maar rustiger trappenstraatjes tot we weer bij de auto waren en wurmden daarna ons (gelukkig piepkleine ) huurautootje, stapsgewijze langs de winkelstraat naar beneden en dan weer naar boven, richting Amalfi.

 

Mooie zichten onderweg: Check!

Kans om er even van te genieten: No way!

Er zijn géén parkeerplaatsen langs de weg.

Maar ook al zijn die er niet, kilometers vóór je Amalfi binnenrijdt staan overal auto’s tegen de rotswand aangekleefd, die in het beste geval ¼ van de smalle rijweg innemen.

De zenuwen gierden door mijn keel wanneer we de zoveelste toeristenbus kruisten in een bocht, terwijl er nog vlug even een Vespa tussendoor schoot.

 

We reden Amalfi in… en uit.

Het was absoluut onmogelijk onze auto ergens kwijt te raken.

Mega cruise schepen laten hun menselijke cargo leeglopen in de haven, maar wij moesten helaas doorrijden.

 

Ravello dan maar, de heuvels in.

De weg erheen is zo smal dat er een verkeerslicht is geïnstalleerd dat stijgend en dalend verkeer beurtelings toelaat.

Maar zo nu en dan sta je toch nog wel eens oog in oog met een tegenligger, die het rode licht louter als aanbeveling had geïnterpreteerd, een aanbeveling die hij verkoos niet te volgen.

 

Ravello zelf was een verademing.

De uitzichten waren prachtig en we kuierden in de beroemde tuin van de villa Ruffolo een in Arabisch-Normandische stijl gebouwd paleis . De piazza del duomo was een oase van rust en we verorberden er op een terrasje een Calzone, de naam deed pizza vermoeden, maar het smaakte naar doughnut.

Het was er echter zo gezellig dat ons dat zelfs niet eens kon schelen.

Maar Ravello is klein en het bestaat voornamelijk uit vijfsterrenhotels en hele dure keramiekwinkels, waar we niets kochten, zelfs niet het obligate muurtegeltje waar we op elke vakantie naar op zoek gaan om de collectie in de keuken aan te vullen.

 

En dus zaten we al veel te vlug weer in de wagen , homeward bound.

We misten de afslag, die ons via het binnenland weer naar huis moest brengen en zaten weer onherroepelijk in de rollercoaster naar Amalfi en Ravello en vandaar naar Sant’Agata, waar we een uur moesten wachten vóór het kleine supermarktje openging, het enige waar we ons in de buurt een beetje redelijk konden bevoorraden met elementaire zaken zoals Sambucca, wijn en olijven.

Maar ik wou absoluut  wachten, want ik wou die avond “thuis” eten.

Ik wou een pasta-tje bijeengooien en dat op ons eigenste terras verorberen, in alle rust en kalmte, met zicht op de eilanden die ik in de loop van de dag enkel vanuit de auto had gezien en dan nog enkel vanuit mijn ooghoeken, omdat ik de blik niet durfde afwenden van de hectische drukte op de weg.

 

En tenzij mijn echtgenoot in dat kleine supermarktje ook een fles chloroform op de kop zou weten te tikken wist ik het wel zeker, voor mij geen auto-uitstapjes meer.

 

Het schiereilandje van Massa Lubrense is volledig doorkruist met (goed aangeduide) wandelpaden, die je van het ene schitterende panorama naar het andere brengen.

Toegegeven, het zijn kuitenbijtertjes, maar je loopt langs de rotskusten tussen de golf van Napels en die van Amalfi (de: due golfi, noemt men ze hier) en op een bepaald punt zie je aan de ene kant de eilanden van de Sirenen liggen terwijl je aan de andere kant Capri in zijn volle glorie kunt aanschouwen.

Adembenemend.

Zicht op deze twee baaien heb je trouwens ook van op het dak van het klooster “il Deserto”van Sant’Agata, dat voluit: “Sant’Agata de due golfi” heet.

Je belt aan en wordt binnengelaten in een klein kamertje.

Een kloosterzuster schuift een luikje van voor een getralied raampje en geeft je de sleutel die toegang geeft tot het trappenhuis.

Dat doet ze voor elke bezoeker opnieuw, en mét de glimlach.

Ongetwijfeld verwacht ze een dotatie, maar toch  reageert ze bijna gegeneerd als je zegt dat je iets in de daarvoor bestemde box hebt achtergelaten.

Sereniteit is hier nog geen loos begrip.

 

 

Als ik jullie dan ook op basis van onze eigen bescheiden ervaring een inside tip mag geven:

als je écht wilt genieten van de schoonheid van de natuur van deze prachtige streek, van de grillige rotskusten en de prachtige uitzichten, ga dan wandelen.

Koop naderhand een welverdiend flesje koud bier in een buurtwinkeltje en geniet ervan op een bank naast de dorpskerk of eet een ijsje onder de bomen van een pleintje met zicht op Capri.

Negeer de dubbeldekker toeristenbus die een nanoseconde halt houdt (voor de foto) en zo heel even je eenzaamheid komt verstoren

En vooral, laat Amalfi liggen waar het ligt.

Het is een mythe, net als Atlantis, een stukje grond verzonken in de verbeelding van naïeve toeristen.

 

 

augustus 4, 2008 - Geplaatst door mireille4m | reizen | , , | Momenteel geen reacties

Nog geen reacties.

Plaats een reactie