In het zadel in Bahia.





Mijn echtgenoot klom met zijn 59 lentes en evenveel winters voor het eerst op de rug van een paard.
Waarschijnlijk zou hij zich zoiets thuis nooit in het hoofd hebben gehaald.
Maar we waren met vakantie in Brazilië en we logeerden bij vrienden voor wie een paard zo’n beetje een verlengstuk van hun eigen lichaam is.
Hij besteeg zijn viervoetig vehikel en ging tot mijn stomme verbazing relaxed in het zadel zitten.
No stress.
Ikzelf heb 2 decades geleden elke zaterdagnamiddag in de manege doorgebracht, maar ben na 3 jaar rijles tot de conclusie gekomen dat mijn angst recht evenredig toenam met mijn rijkunst, wat op zijn minst bizar te noemen valt.
Toch wou ik deze buitenkans niet missen, ik raapte mijn moed bijeen, stapte -zonder hulp, maar het waren dan ook vrij kleine paardjes – op de mij toegewezen zwangere merrie en besloot te gaan genieten.
Met genieten is het echter zo dat je er niet toe kunt gaan besluiten.
Je kunt besluiten om de afwas te gaan doen of om een filmpje te gaan zien, maar genieten op commando blijkt heel wat moeilijker te liggen.
Maar ik ging ervoor.
We waren nog maar even onderweg of we kregen instructies over hoe je een helling diende te nemen.
Naar voor leunen bij het klimmen en naar achter bij het naar beneden gaan.
Het paard sturen hoefde niet, het zou zelf zijn weg wel vinden tussen de rotsen.
Jos knikte en leunde.
Ik leunde ook, en loerde intussen uit mijn ooghoeken naar waar ik zou terecht komen mocht ik van het paard duikelen.
Ik duikelde niet van het paard, want 3 jaren rijles hadden uiteraard wel iets opgeleverd, maar mijn zelfvertrouwen nam daardoor niet toe.
Dat van Jos wel.
Hij hield de teugels losjes vast, vertrouwde 100% op zijn ros en sprak het brave beest toe zoals thuis de kat.
Daar snapte Falco uiteraard niets van (de kat trouwens ook niet), maar hij had genoeg kuddegeest om sowieso niet te willen afdwalen.
Wanneer hij te ver achter geraakte perste het dier er een klein drafje uit, spontaan, zonder ook maar enige aansporing van Jos’ benen.
En diens dappere berijder vond dat allemaal prima en genoot met volle teugen.
We stapten door een riviertje en door de mangroves en ik probeerde er niet aan te denken hoeveel slangen er tussen de takken wemelden, want uiteraard ging ik ervan uit dat ik daar en dan uit het zadel zou vliegen.
Maar ik vloog niet uit het zadel, want ja 3 jaren…
We passeerden een kudde wilde paarden en ik was ervan overtuigd dat mijn Donna met mij op haar rug, in frivole galop de groep zou gaan vergroten.
Maar dat deed ze niet.
We liepen over een wei met koeien en ik was ervan overtuigd dat mijn Donna zich zou herinneren dat onze gastheer de gewoonte heeft om die beesten eventjes in onvervalste cowboy-stijl te gaan opdrijven wanneer hij met meer ervaren ruiters op stap is.
Méér zelfs, ik was ervan overtuigd dat zij zich dit niet alleen zou herinneren, maar het daar en dan absoluut zou willen gaan overdoen.
Ikzelf kon me op dat moment niets voorstellen wat ik méér niet zou willen hebben gedaan dan dat.
We stapten over een gammel brugje en ik zag het paard vóór mij struikelen. Zijn linker achterpoot verdween even tussen de losliggende planken.
Ingrid, die het paard bereed gaf echter geen krimp en dus ik ook maar niet.
En zachtjesaan gleed het allemaal van me af en ik genoot.
Op de toppen van groene heuvels hielden we halt om het panorama te bewonderen, de weelde van de Bahiaanse sub-tropische natuur even te laten bezinken en het zweet van ons voorhoofd te vegen.
We bevonden ons in het Zuidelijk halfrond en dus waren we half januari terecht gekomen in het heetste van de zomer. Het was 34° in de schaduw, terwijl het thuis min 10° was.
Bahia is een van de 26 deelstaten van Brazilië, met als hoofdstad Salvador.
De inwoners zijn overwegend zwart, hun voorouders waren slaven en de welstand ligt hier lager dan in andere delen van Brazilië. Maar de Bahianen gaan door het leven met een soepel aanpassingsvermogen en een Afrikaanse joie de vivre.
Ze hebben voor elk van hun Afrikaanse Candomblé Goden braaf een Katholieke tegenhanger gezocht en vereren Oxalà nu in de persoon van O Senhor do Bonfim.
Naar het schijnt zelfs met de zegen van de paus.
Onze eindbestemming was een klein dorpje, met witte huisjes, versierd met pastelkleurtjes.
De Alentejo in Portugal leek heel even heel dichtbij.
Langs heuvelige kasseistraatjes klakten de ongeschoeide hoeven van onze viervoeters door de straten en onze kleine blijde intrede werd nauwlettend gadegeslagen door de inwoners die het leven rustig van op hun stoep zaten te bekijken.
Men zegt dat de inwoners van Bahia extra vroeg opstaan om langer niets te kunnen doen. Ik kan me er intussen wel iets bij voorstellen.
Ik voelde mij als een cowboy die zijn dorp binnenrijdt na weken lang in de prairie te hebben rondgezworven.
En bij gebrek aan oude bekenden groette ik iedereen die maar mijn richting uit wou kijken.
Bom dia, tudo bem?
Een oude vrouw antwoordde dat het absoluut goed met haar ging, God zij geloofd, en hoe het met mij ging.
Met mij ging het prima, het was zelfs nog zelden zo prima gegaan.
We bonden onze paarden vast aan een boom op het dorpsplein.
(Ik had nooit gedacht dat ik deze zin ooit zou neerschrijven)
En we gingen op zoek naar een saloon, of iets wat daar kon voor doorgaan.
In een piepklein cafeetje waar amper 5 stoelen konden staan genoten we van een ijskoud biertje.
Het eethuisje waar onze vrienden heen wilden was gesloten, maar een behulpzame man loodste ons naar een klein snackbarretje waar men ook wel iets voor ons in elkaar wou flansen.
De man wist echter van geen ophouden en putte zich zodanig uit in behulpzaamheid dat we hem bijna ook aan een boom hadden gebonden opdat hij nu eens eindelijk zou hebben opgehouden met ons tafeltje te boenen elke keer wij een glas optilden.
We hadden hem al op een biertje getrakteerd en hij hoopte allicht dat er méér in zat.
Toen ik hem vroeg om van ons een foto te maken staarde hij naar mijn fototoestel alsof hij er nog nooit één had gezien.
En ik kwam tot de ontnuchterende vaststelling dat hij dat effectief ook nog nooit had gedaan.
Jeff, die daar al twee jaar met deze mensen werkt zei dat velen van hen zelfs niet kunnen lezen of schrijven.
En dat werd even later bevestigd, toen wij nietsvermoedend een jonge man vroegen om een meningsverschil te beslechten en een woord op een affiche voor ons uit te spreken.
Het feit dat onze vrienden ginder met een groot bouwproject bezig zijn maakt hen niet alleen populair bij de burgemeester, die het belang van zijn stadje ziet toenemen, maar ook bij de bevolking, want de mensen vinden hierdoor eindelijk werk, en bovendien tegen een eerlijk loon.
In Cachoeira, het dorpje waar ze vlakbij wonen, komt pas sinds kort elke dag vers water uit de kraan. De watertoren van het bouwproject levert het gratis aan de inwoners.
Maar de vrouwen doen wel nog steeds de was en de vaat in de waterval op de rivier, terwijl hun kinderen om hen heen in het water spartelen.
We aten niet zo lekkere vettige gefrituurde bolletjes en heerlijke witte vis. Er werd een auto voor de deur geparkeerd, met de vensters open en de radio aan om ons van achtergrondmuziek te voorzien en het bier stroomde rijkelijk.
Op de terugweg stelde ik vast dat de cerveija mijn zelfvertrouwen enorm ten goede was gekomen. Gewoon wandelen ging mij ineens een beetje te traag en een verbaasde Donna werd al heel wat vaker in draf gezet.
Even nog dacht ik dat onze tocht toch nog fout ging aflopen, want toen ik achterom keek zag ik ineens Jos’ trouwe Falco zonder berijder aan de kant van de weg staan.
Met een klein hartje wendde ik mijn paard, maar al vlug bleek dat mijn echtgenoot gewoon een beetje last had van zijn maag, maar hij had zich dan ook hongerig op de vettige bolinhos gestort en er flink wat van naar binnen gewerkt.
Maar voor geen goud had hij deze tocht vroegtijdig willen afbreken en na een paar minuutjes rust klom hij met ongetemperd enthousiasme weer op zijn paard.
We vermoedden allebei dat we de dag erop niet uit bed zouden raken vanwege de stijve spieren, maar ook dat viel mee.
Om zes uur ’s ochtends lagen we alweer te dobberen in het zwembad, want de dagen zijn kort in Bahia en we wilden maximaal van het licht profiteren en van de nog relatief koele temperatuur.
En met onze ellebogen steunend op rand wezen we elkaar de heuvels aan waar we de dag ervoor met onze paarden waren opgereden en sindsdien praten we over Donna en de Falco als over oude vrienden.
-
Recente
-
Links
-
Archief
- september 2009 (3)
- juli 2009 (1)
- mei 2009 (3)
- maart 2009 (3)
- februari 2009 (1)
- augustus 2008 (2)
- april 2008 (8)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties