mireille4m’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

De boot is altijd een klein beetje varen

Verslag van onze eerste kanotocht.

Voorbereiding:
Check: Weerbericht: droog in de namiddag. Prima.
Double check: Buienradar: geen buien. Kan niet meer stuk.
De boot met zijn twee de tuin uit gesleept langs het smalle hekje. Geen evidentie voor een lichtgewicht als ikzelf.
En dan op zijn draagkarretje gelegd.
Stel je het geheel voor als een kruiwagen van 4 meter lang, met 2 kleine wieltjes er onder.
Vastbinden was niet nodig volgens mijn echtgenoot.
De eerste 50 m langs de straat ging het prima, maar daarna in de graskant, kantelde “buut” (ik weet het, het is weinig origineel, maar zo heet hij, omdat ik een paar dagen heb lopen zingen: buut komt naar huus) constant van zijn karretje af en moest er weer getild en gemikt worden om alweer 10 meter te kunnen rijden.
Het was echt niet het moment om te zeggen : we hadden hem tóch moeten vastbinden, want dan riskeerde ik méér dan alleen maar een scheurtje in de echtelijke vrede.
Dus: tillen, mikken en niet zeuren.

Gelukkig vonden we zonder veel moeite een schuine modderige helling langs de Durme, die er door ons nog steeds laaiend enthousiasme als een drie sterren aanlegsteiger uitzag.
En wonder boven wonder geraakten we allebei, droog, de boot in.
Al vreesde ik er wel eventjes voor toen ik Jos zag instappen met zijn kont in de verkeerde richting.
En al zorgde een motorboot, die tijdens dit maneuver één keer in elk van beide richtingen voorbij sjeesde, ervoor dat de risicobalans een pietsie meer naar een verwachte natte instap overhelde.
Against all odds gingen we kurkdroog te water en het peddelen kon beginnen.
Ik zal geen boom opzetten over het niet altijd feilloos afgestemd zijn van onze wederzijdse coördinatie, want al bij al vind ik dat we het er treffelijk vanaf brachten.
Al moet het voor de -gelukkig onbestaande- toeschouwer best wel grappig zijn geweest dat we er soms maar niet in slaagden naar links te varen terwijl we samen en met vereende krachten enkel met onze linker peddel werkten.
Maar het was mooi, niet te warm, er waren geen dazen, maar wel jonge futen, jonge meerkoeten…mooie bebloemde oevers. Enfin, idyllisch , quoi.
En na een 20 minuten op mijn tanden bijten deden mijn schouders al heel wat minder pijn.
Toen we ons eindpunt , Spletterenbrug, hadden bereikt en tevreden onze steven wendden zag het er in de richting waarvan we kwamen wel ineens een beetje grijsjes uit.
Maar we hadden geen tijd meer om eraan te twijfelen of het eventueel zou kunnen gaan regenen want het regende al.
En ineens hoorden we ook de donder roffelen in de niet ver genoege verte.
Als 2 olympische roeiers zetten we koers naar Daknam brug, waaronder we wilden gaan schuilen.
En we prezen ons gelukkig dat we daaronder inderdaad grotendeels beschermd waren voor de wolkbreuk die intussen was losgebarsten.
De blaasjes dansten op het water, er zweefde een lichte mist boven de rivier en dat was best wel mooi al was het voor een zekere gemoedsrust wel nodig dat je deed alsof je de donder niet hoorde.
Ik had ons touw vastgemaakt aan een ijzeren balk aan de onderkant van de brug en daar lagen we dan te wachten tot de bui overdreef.
Maar lang voor dat heuglijk feit zijn intrede deed hoorden we ineens een schelle bel en we beseften: de brug gaat open.
Nu wist ik op dat moment niet meer HOE die brug openging, of ze zou draaien, of dat ze omhoog ging, maar ik kan je wel vertellen dat ik daarover niet eventjes wou gaan zitten nadenken.
Dus haalde ik als een matroos op speed mijn touw in, zodat we niet met buut en al uit het water zouden worden getrokken.
Het was een draaibrug.
Ze draaide open en wij zagen het met lede ogen aan in de plensbui der plensbuien.
Daarna gingen we enkel nog verder schuilen voor het onweer, natter konden we echt niet meer worden.
Pas als we de donderwolken zagen afdrijven aanvaardden we de terugweg.
De regen stopte, maar het bleef maar in de verte roffelen om ons alert te houden en de dazen die werden aangetrokken door de schuchter terugkerende zonnestralen en onze natte huid, deden hetzelfde.
We bleven maar tegen mekaar zeggen dat het toch echt wel leuk was, in de hoop dat we het ook zelf zouden geloven.
Maar mooi was het in elk geval!
Het aanmeren was niet evident, want goeie ouwe Murphy liet weer net op dat moment een motorboot voorbijvaren. En op de nu spekgladde, modderige oever klauteren, was ook niet direct iets wat je elke dag op je agenda zou willen zetten.
Maar we hielden ons goed. We bonden de boot vast aan zijn karretje (!) en wandelden heel wat makkelijker terug naar huis.
En daar stripten we onze kletsnatte, modderige kleren van ons vel en doken met een zucht van verlichting het zwembad in.
En merkwaardig genoeg zeiden we géén van beiden : dat moeten we binnenkort zeker nog eens doen.

juli 5, 2009 Geplaatst door mireille4m | kroniekjes | | Momenteel geen reacties