mireille4m’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Murcia

 

MURCIA een vrij onbekend deel van Spanje

Wanneer we zeggen dat we binnen een maand (alweer) naar Spanje op vakantie gaan, in een appartement in Isla Plana, vlak bij zee, dan willen mensen nogal eens meewarig kijken. En dat verbaast me niet, omdat ik weet dat ze voor hun ogen stampvolle stranden zien, geroosterde lijven zij aan zij, en patat friet om de hoek, naar keuze met Heineken of Stella.

Dos….cervezas por favor.

Maar Spanje is méér dan Benidorm, Torremolinos, of Playa de Aro.

Zo is er bijvoorbeeld de provincie Murcia. één van de zeventien autonome regio’s van Spanje. De regio ligt in het zuidoosten van het land, aan de Middellandse Zee, ten oosten van Andalusië en ten zuiden van de Comunidad Valenciana.

Murcia heeft een bergachtig binnenland waar dorre landschappen worden afgewisseld met groene, vruchtbare valleien met daar tussenin diverse authentieke dorpjes.

Een van de bekendste is Caravaca de la Cruz,een van de vijf heiligste plaatsen ter wereld. We vermeden het bij onze vorige trip , omdat net toen wij er waren een bedevaart aan de gang was naar aanleiding van de viering van het Heilige jaar, een feest dat maar om de 7 jaar wordt gehouden. Kwestie van niet door de hordes pelgrims vertrappeld te worden.

Maar we verkenden wel de streek er rond. Een autorit van amper 45 minuten vanuit ons vakantieadres bracht ons in het prachtige natuurgebied Parque Regional de Sierra de Espuña.

Het schitterende natuurpark ligt juist achter Alhama de Murcia en één van de bijzonderheden ervan is, dat hier nog wilde geiten en lynxen leven. In de winter zijn de toppen van deze bergen met sneeuw bedekt.

Je vindt er de ‘pozos de la nieve’, sneeuwhutten waar vroeger het ijs bewaard werd.

Met die informatie in ons achterhoofd hoopten we, toen wij er laatst in juli waren, eigenlijk een beetje aan de hitte te ontsnappen.

We zagen de thermometer dalen van 30°C naar een duizelingwekkend kouwelijk 27°C en daar moesten we het dan maar mee doen.

Het was zoals gezegd, een eerste kennismaking en we hadden nog nergens een wandelkaart gevonden, dus parkeerden we de auto waar het kon en volgden de bewegwijzering van één van de uitgestippelde paden, waarvan we jammer genoeg niet wisten hoe lang het was en wààr het heenleidde. We liepen dus gewoon een uurtje of zo tot aan een panoramisch uitzichtpunt en dan weer terug en genoten intussen van de natuur.

En dan kronkelden we ons met de auto nog verder de bergen in. Het toeval bracht ons naar El Berro, een klein dorpje, waar we in een smetteloos restaurantje de heerlijkste tapas aten en een liter huiswijn kregen voor 2,5 euro.

De provincie Murcia heeft ook nog een aantal cultureel interessante steden die een bezoek meer dan waard zijn. Onder andere Murcia, Cartagena, en Lorca.

De stad Murcia is de hoofdstad van de gelijknamige provincie.

Spanje werd in de prehistorie reeds bewoond door de inheemse Iberiërs, maar werd later onder de voet gelopen door Phoeniciërs, Kelten, Grieken, Romeinen en Visigoten.

Tijdens de 8e eeuw ontstond er een migratie van Moorse Moslims die zich onder andere vestigden in de regio Murcia.

In 713 versloegen de Arabieren het Spaans-Vizigotisch leger in Cartagena en twaalf jaar later stichtte Abderraman II de stad Murcia.

De Moren verbeterden de landbouw met een slim irrigatienetwerk en hun rijk zou tot de 13e eeuw duren, waarna de christenen de regio opnieuw veroverden.

Tijdens de 16e eeuw was er vrede en stabiliteit, maar de bloei van de stad werd in de volgende eeuw gestuit door periodes van grote droogte en plagen die de bevolking teisterden.

De 18e eeuw was niet alleen in de Nederlanden een gouden eeuw, ook Murcia floreerde. Getuige hiervan,de prachtige barokke architectuur in de stad.

Onze eerste kennismaking verliep echter niet van een leien dakje, omdat er net een manifestatie was in de binnenstad en wij er dus met geen mogelijkheid door raakten.

Op een gegeven moment vreesde ik dat zelfs Doortje, onze altijd gelijkmoedige gps-madam, er de brui aan zou geven en in plaats van nog verdere aanwijzingen te geven, die we toch weer zouden negeren, ons nog enkel zou meedelen dat ze zichzelf zou vernietigen binnen de 10 seconden, 9, 8, 7, 6….

Uiteindelijk raakten we toch nog in de betaalparking van de Corte Ingles, maar winkelen zat er deze keer niet meer in. Het fashion Walhalla zou voor een volgende visite zijn.

We wilden eerst dringend de stad zien!

Een tweede hoogtepunt is Cartagena, een drieduizend jaar oude stad met een rijk verleden. Begonnen als nederzetting is het in 223 voor Christus door de Cartageners gesticht als ‘Quart Hadas’. Na een 500 jaar lange bloeitijd onder Romeinse heerschappij raakte de stad in verval en ze is pas in de achttiende eeuw weer opgebloeid.

De haven van Cartagena is al voor meer dan twee duizend jaar een belangrijk strategisch punt. Admiraal Nelson heeft de haven zelfs als veiligste van de Middellandse Zee bestempeld.

In de haven kun je de duikboot van Peral bekijken, naar men zegt de eerste ter wereld. Hij werd te water gelaten in 1888.

Ik kan me niet voorstellen dat hier ook maar één mens in heeft gepast! 

Zelfs hedentendage is Cartagena dé marine haven van Spanje en wordt tevens gezien als één van de mooiste natuurlijke havens ter wereld. De oude binnenstad wordt omringd door de Muralla del Mar, een muur met 8 poorten.

Heel imposant is ook het Romeinse theater.

Het dateert uit de eerste eeuw voor Christus en wordt gezien als een van de belangrijkste Romeinse theaters van Spanje.

Rome beleefde in de tijd dat het werd gebouwd een glorietijd onder Augustus en overal in het rijk werden steden gebouwd die als het ware de schoonheid van de hoofdstad weerspiegelden.

Er konden 600 mensen zitten en het theater werd niet alleen gebruikt voor culturele aangelegenheden maar er werd door de lokale elite (rechters, priesters enz.) ook aan politiek gedaan.

Toen we dit theater wilden bezoeken stuitten we echter op een klein probleempje.

We slaagden er maar niet in om de ingang te vinden.

We liepen er twee keer volledig omheen, en dat houdt in dat we zowat alle trappen van de stad dan ook twee keer deden.

Van op het hoogste punt konden we over de muur heen enkele toeristen zien wandelen, en we vonden ook de uitgang, maar zoals gezegd niet de ingang.

Ik hield een aantal mensen staande die er Spaans uitzagen en boodschappentassen met zich meezeulden, en van wie ik dus vermoedde dat ze echte autochtonen waren, maar ze keken me allen aan alsof ze het Noorderlicht zagen. De ingang?!?

Ik kon de verrassing in hun ogen niet al te goed duiden. Waren ze verrast dat iemand zich de moeite zou willen doen om een monument waar zij dagelijks aan voorbij liepen, te bezoeken, of waren ze verrast door van zichzelf te moeten vaststellen dat ze het antwoord op mijn vraag eigenlijk gewoon niet kenden.

Allen dachten ze diep na, en de een na de ander stuurden ze ons de verkeerde kant op.

Het moet nochtans gezegd worden, dat er overal in de stad bordjes waren opgehangen met pijlen naar de diverse monumenten en dus ook naar het theater.

Alleen konden nu net DIE pijltjes onmogelijk kloppen omdat ze volledig de verkeerde kant op wezen. We zagen het theater immers duidelijk liggen.

Uiteindelijk, verhit en vermoeid en lichtjes gestresseerd, besloten we om het gewoon in het archeologisch museum te gaan vragen. Als ze het dààr nog niet wisten…

En inderdaad dààr wisten ze het, omdat de ingang ook gewoon daar wàs.

Via het museum en langs een onderaardse gang, onder een kerk door, kwam je in het theater uit.

De pijltjes hadden weldegelijk de juiste richting aangeduid.

Op een houten podium oefende net een klasje voor het einde-schooljaar-optreden.

Ik vroeg me af of die kinderen beseften hoe bevoorrecht ze waren om in dit unieke decor hun krampachtige pasjes te mogen demonstreren.

Een must-do in Cartagena is ook het Parque Torres, waar het Castillo del Concepcion  staat en van waaruit je mooie uitzichten op de stad hebt.

Een hele leuke manier om er te geraken is met een panoramische glazen lift die je vrij goedkoop 45 meter hoger brengt. 

Op een uitzichtterras vormen de kanonnen een obligaat decorstuk voor je foto’s en aan de overal rondwandelende pauwen is het ook al heel moeilijk om te weerstaan.

Ook Lorca is zeer de moeite waard.

Het werd reeds tot ‘Stad van historische en artistieke waarde’ uitgeroepen in 1964

De stad heeft een geschiedenis van meer dan tweeduizend jaar,die zich weerspiegelt in haar gebouwen.

Maar alhoewel Romeinen en Moren ook hun sporen achter lieten (de structuur van de straatjes in de oude stad dateert bijvoorbeeld uit de islamitische periode) is de stad toch vooral bekend voor haar flamboyante architectuur van de 18e eeuw.

Met haar paleizen en statige huizen, wordt ze niet voor niets ‘de barokke stad’ genoemd.

Het is ook een gezellige plek, want was ze tijdens de Reconquista,nog een gevaarlijke grensstad, tussen het Spaanse koninkrijk ,Castilla en het Moorse koninkrijk, Granada, nu kun je er gewoon rustig doorheen kuieren en je kunt er geweldige tapas eten.

We vonden een tafeltje op een stemmig plein met een grote fontein, togen naar de bar om het aanbod te keuren en bestelden (veel te veel).

We willen trouwens zeker nog eens teruggaan tijdens de Semana Santa (de Heilige week), want dan worden er verschillende, indrukwekkende processies gehouden in het centrum van de stad. In prachtige kostuums en met mooi versierde decorstukken wordt het verleden tot leven gebracht. Het Spaanse temperament en de passie wordt , zo zegt men, zichtbaar gemaakt door de deelnemers aan de processie, maar wellicht is het dan net een ietsje moeilijker om een vrij tafeltje te vinden.

Maar de grootste troef van de provincie is natuurlijk haar kust.

Murcia heeft een 274 kilometer lange kustlijn.

Prachtige, soms ongerepte stranden en baaitjes rijgen zich aaneen van Alicante tot Andalusië.

De kust wordt de “Costa Cálida” genoemd en dat betekent letterlijk “warme kust”.

De streek heeft gemiddeld 320 dagen per jaar zon. Het klimaat is subtropisch/Mediterraan en de gemiddelde temperatuur is volgens de ene website 18°C en de andere 21°C. We hebben besloten voor de 21 te gaan.

Regen is hier zeldzaam, ongeveer 300-350 mm/jaar.

Deze Costa is door de World Health Organisation uitgeroepen tot een van de gezondste gebieden ter wereld (door hoge concentraties mineralen en jodium). Er is nog geen massatoerisme en hoogbouw vind je enkel aan de Mar Menor (een binnenzee die enorm populair is bij de Spaanse bevolking).

Twee luchthavens “bedienen” de streek: San Javier (Murcia), vlakbij de Mar Menor, en Alicante , die beiden steeds meer goedkope vluchtmaatschappijen ontvangen met directe vluchten.

Vanuit Alicante is het anderhalf uur rijden naar Isla Plana, vanuit San Javier een uurtje.

Ryan air verkoopt trouwens San Javier als ‘Alicante south’.

Buiten het hoogseizoen heb je bij Jetair al een enkele vlucht voor 39 euro van Charleroi naar San Javier.

Het gebied is trouwens ook uitstekend verbonden met het Spaanse wegennet, maar ook hier weer: problemen voor ons Doortje.

Onze gps-dame is immers niet meer van de jongste en heel wat wegen in de provincie zijn spiksplinternieuw en zijn nog niet verwerkt in haar databank.

En bepaalde oudere wegen, die zij heel reëel voor haar digitale ogen ziet, bestaan intussen al niet meer.

Tot onze grote frustratie werden wij herhaaldelijk aangemaand om rechtsaf te slaan bij niet bestaande wegen of reden we een autostrade- afrit voorbij omdat die volgens haar 500 meter verder hoorde te liggen.

Maar ondanks deze kleine hinderpalen verkenden we intussen al een flink deel van de Costa Càlida.

Aan de Mar Menor bezochten we een natuurpark en verwonderden ons over het roze water van de zoutwinningsmeertjes, decoratief afgewerkt met de al even roze flamingo’s.

We genoten van het grote zandstrand in Bolnuevo, waar ‘de betoverde stad’, een geërodeerde zandsteenformatie, een beetje een buitenaardse aanblik vormt.

En we genoten van een lekkere gegrilde vis in restaurant anfora, dat (als enige!) zijn terrasje pal op dit mooie strand heeft uitgestald.

Omdat de Spanjaarden pas na negenen aan avondeten beginnen te denken zaten wij er om 8 uur alleen naar de ondergaande zon te kijken.

We gingen op zoek naar het zo mogelijk nog idyllischer strand van Percheles en maakten eenzame wandelingen over de rotsen.

In Puerto de Mazarrón, zochten we de (relatieve) drukte op, al kuierend langs de lange palmenboulevard met zicht op het strand en de plezierjachthaven, en aten gefrituurde zeevruchten op een van de vele terrasjes. Heel lekker.

Of anders kochten we in de visafdeling van het grootwarenhuis een paellapakket: Verse mosselen, schelpen, langoustines…die ik dan met rijst en kruiden zelf tot een vingeraflikkend-lekkere paella ineenknutselde.

Het uitzicht van op ons balkon,tijdens de maaltijd mocht er trouwens ook wel zijn. En van op ons solarium was het zelfs nog mooier. Aan de ene kant zag je de heuvels, die in deze streek echt bijna tot aan zee komen.

En aan de andere kant keek je 180° graden uit op de baai, waarin ‘s avonds een lint van lichtjes, met op de uiterste punt dat van de Torre Santa Elena, zich romantisch spiegelden. En we hadden geluk, ook de reflectie van volle maan danste op de zwarte golven.

Vanaf ons appartement, gelegen in een residentie, die gebouwd is in heel geslaagde Spaanse stijl en met gemeenschappelijk zwembad, konden we te voet de helling aflopen en dat bracht ons in minder dan 15 minuten op het strand van Isla Plana, het kleine plaatsje dat we eensgezind als “tweede thuis” hebben geadopteerd.

Hotels zijn er niet, enkel een paar kleine restaurantjes langs de kant van de weg en een paar winkeltjes waar je het hoogstnodige kunt kopen.

Ze hebben er echter wel iets wat ik nog nergens anders heb gezien: een automaat waar je visvoer kunt kiezen.

Isla Plana heeft een prachtig, uitgestrekt zandstrand, waar je kilometers ver kunt op wandelen, tot aan La Azohia, het volgende dorp.

Maar er is ook een keienstrand en een aantal kleine rotsige baaitjes.

Ons favoriete zwembaaitje (voor wanneer we even vlug wilden gaan zwemmen in zee en geen zin hadden in het zwembad) ligt tussen de rotsen, en heeft slechts een zandstrandje van een paar vierkante meter groot en dus hadden we het vaak helemaal voor ons alleen.

Maar ook het grote zandstrand is tot begin juli bijna verlaten. Midden juli was het een flinks stuk drukker, maar enkel daar waar je bijna vanuit de wagen het strand op kon stappen. Als je bereid was een beetje verder te wandelen was het alweer een pak rustiger.

Bij avond is het ook heerlijk wandelen langs de zee.

Lampen en lampionnetjes geven een feeëriek effect en ik moest mezelf zelfs een beetje tegenhouden om niet aan kerstmis denken.

Er ligt een plankenwandelpromenade en in het hoogseizoen staat er één barretje langs het strand, waar ‘s je ‘s avonds samen met een handjevol mensen kunt genieten van een afzakkertje en overdag van een verfrissende granizado (sap, meestal van citroenen, met gestampt ijs) of een frisse vino de verano, de lokale versie van Sangría.

Al kun je natuurlijk ook gerust eens een keertje ‘dos cervezas por favor’ vragen.

Niemand, maar dan ook niemand heeft hier immers al ooit van het liedje met die naam gehoord.

augustus 23, 2010 - Geplaatst door | reizen, Uncategorized | , , ,

Reageren?

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.